vrijdag 16 december 2016

Vertrek aangekondigd


Geen zwanenzang


Een nieuwe lente, een nieuw geluid.

Met deze dichtregel van Gorter snoer ik mensen graag de mond, als ze vragen waarom ik de komende lente ga stoppen als bestuurder van Pensioenfonds PGB. Het is geen dooddoener. Ik denk echt dat het goed is, op tijd plaats te maken voor inspirerend enthousiasme van een nieuwe bestuurder, van wellicht een generatie jonger.

Ik ben geen getallenfetisjist. Maar toch. Komend voorjaar hoop ik 72 jaar te worden. Dan ben ik 27 jaar actief in de pensioensector. Dat lijkt een vorm van omarmend rijm, die voor mij een verborgen betekenis in zich heeft. Zo van: het is goed geweest. Sluit nu maar af.

Anders in 1990
Het werk als bestuurslid van een pensioenfonds lijkt niet meer op dat van 1990, toen ik begon bij het Pensioenfonds van VNU, naast mijn dagelijkse journalistieke werk. Misschien eens per kwartaal, of iets vaker, reed ik naar Haarlem. Om bijgepraat te worden door een adviserend actuaris en een administrateur van het fonds. En om vervolgens enkele goed voorbereide besluiten te nemen. Daarna zat de vergadering er weer op. Ik overdrijf natuurlijk een beetje.

Al heel andere koek bleek het bij Pensioenfonds Wegener (APW), tien jaar later. Het aantal cursussen en studiebijeenkomsten nam toe. Evenals het aantal vergaderingen en de verantwoordelijkheid. Toen APW zijn vermogen in 2010 overdroeg aan het bedrijfstakpensioenfonds PGB, ging het om 800 miljoen euro.

Eind van de eeuw
De afgelopen zeven jaar zijn de eisen aan pensioenfondsbestuurders alleen maar zwaarder geworden. De Nederlandsche Bank beschouwt een pensioenfonds vooral als grote financiële instelling, met alle eisen die daarbij horen. Terecht, want het gaat inmiddels om ruim 23 miljard euro van uw pensioengeld. Voor uitkeringen die Pensioenfonds PGB tot voorbij het eind van deze eeuw moet kunnen doen.

Ik heb mijn vertrek aangekondigd, nu ik het bestuurswerk nog met plezier doe. Met alle  hardwerkende collega’s en medewerkers kan ik goed samenwerken. Ik schrijf graag columns voor u. Maar er komt een moment om de steven te wenden naar rustiger vaarwater. Een enkele onbetaalde nevenfunctie straks nog, wat vrijwilligerswerk en op zijn tijd een mooie reis. Dat is het perspectief waarvoor ik kies, na mijn afscheid van dit bestuurswerk.

Pensioengerechtigden
Mijn opvolger (m/v) in het bestuur zal ook weer de pensioengerechtigden vertegenwoordigen en het aandachtsgebied communicatie bestrijken. Vanuit de vakorganisaties en de Vereniging van Gepensioneerden (VVG PGB) zijn al kandidaten voorgedragen. Individuele pensioengerechtigden kunnen eventueel zelf ook een ervaren kandidaat voordragen, indien die de steun geniet van 500 van hen.

Alle kandidaten worden eerst intern getoetst door een gemengde toetsingscommissie van het pensioenfonds. Als meerdere kandidaten deze horde nemen, volgt een verkiezing door alle pensioengerechtigden. Uiteindelijk zal er één overblijven en worden beoordeeld door De Nederlandsche Bank. Die moet bepalen of de kandidaat ook in haar ogen geschikt is als bestuurder van een grote financiële instelling.

Dat zal de komende maanden gaan spelen. En dan?

Met een variant op het bekende gezegde: In mei leggen alle vogels een ei, alleen ik ben er dan niet meer bij. Dat weet het bestuur van Pensioenfonds PGB.

Toch is deze column nog niet mijn zwanenzang; nog niet mijn afscheid. De komende maanden kunt u nog op een paar nieuwe van mij rekenen.

Arnold Verplancke
bestuurder Pensioenfonds PGB

(column voor website van Pensioenfonds PGB)






maandag 28 november 2016

Oud en vervreemd




Is het leuk om iemand na ruim een halve eeuw weer te ontmoeten? Heb je als jongens voor het laatst samen gelachen. Zit je nu als bejaarde mannen tegenover elkaar. Mwah. Ongemakkelijk. Lastig. Echt niet alleen maar leuk.

Herinneringen ophalen lukt nog wel. Hoe we samen na een biertje hard meegalmden met Mario Lanza en zijn Drinklied uit de film Student Prince. Of hoe we dachten Elvis Presley te imiteren en indruk te maken op meisjes in petticoat.

Toeval
Maar het heden blijkt lastiger.
Het is ook puur toeval dat we contact krijgen. Hij ontmoet een neefje van mij met dezelfde achternaam. Heet jouw vader misschien Arnold? Nee mijn oom wel. Ach, dat zou leuk zijn.

En zo zit ik op een dag in een keurig opgeruimde doorzonwoning elders in het land. Met zijn vrouw erbij, thee en een koekje. Ja dat Drinklied kennen we nog wel, al zingen we het niet meer. Veel lol vroeger. Maar rond actuele onderwerpen ligt een mijnenveld. Zover blijk je uit elkaar gegroeid en van elkaar vervreemd.

Politieke onderwerpen kun je bij de thee misschien beter vermijden. Dus als hij komt op de ‘buitenlanders’ die overal de schuld van zijn, probeer ik nog even terug te keren tot het druilerige weer. Maar als die truc niet lukt, vraag ik hem toch voorzichtig hoeveel niet blanke of niet oorspronkelijk Nederlandse vrienden en kennissen ze eigenlijk hebben. Geen dus.

Meer kleur
Om het onderwerp iets meer kleur te geven, vertel ik over de reizen die mijn vrouw en ik maakten door landen als Syrië (voor de oorlog), Iran, Ethiopië, en India. Dat ik zelfs peetoom ben van een gitzwart zoontje van een Nigeriaanse moeder. Dat er natuurlijk ook slechte mensen zitten tussen de migranten, maar dat de meesten….
De voorbeelden vallen niet in vruchtbare aarde. Boos begint hij over zwarte Piet. Tactisch probeer ik nog te nuanceren. Natuurlijk voelt het niet leuk als oude Nederlandse tradities  verdacht worden gemaakt. Maar maak er niet zo’n punt van! Kinderen zijn ook blij met een Roetveegpiet, als ze maar kunnen zingen en cadeautjes krijgen.

Hij schudt nors zijn hoofd. Zijn vrouw helpt ons weer op gang: ‘Het zit hem ook allemaal zo dwars,’ licht ze toe. Ik knik begrijpend. ‘U bent toch ook met pensioen, of werkt u nog?’
Alle twee, antwoord ik en noem mijn bestuursfunctie bij het pensioenfonds.

Dat woord komt wél goed binnen. ‘Ja, blij dat ik altijd lid van de vakbond ben gebleven en pensioen heb opgebouwd. Naast onze AOW. Elke maand netjes op tijd op de giro. We kunnen er prima van rondkomen. Ja toch?’

Terwijl het miezert, zoek ik mijn auto op die een eindje verder staat. Niet helemaal voldaan over wat waarschijnlijk ons laatste gesprek is geweest. Ook niet over mijn onvermogen de kloof te dichten. In mijn hoofd hoor ik het eens zo opzwepende ´Drink! Drink! Drink!´ en `May young hearts never part!´

Arnold Verplancke












dinsdag 12 juli 2016

Delen of niet

Echtscheiding en pensioen





Delen of niet

'Nee ik hoef dat pensioen van haar niet. Scheiden is scheiden, laten we consequent zijn.' Hij stelde  het zonder boosheid maar beslist. 'Dat is in je eigen nadeel,' reageerde hun gezamenlijke advocaat bezorgd. En zij knikte er bij: 'Ik heb immers meer opgebouwd dan jij.'

Ze waren jong getrouwd en hadden nog niet lang geleden hun twintigste huwelijksfeest gevierd. Nou ja gevierd, in kleine kring dan. Een etentje met hun enige dochter. Die studeerde al en woonde op kamers.
Het was niet de bedoeling erover te praten tijdens dat dinertje. Maar bij het hoofdgerecht doorbrak dochterlief de stilte en vroeg: 'Zijn jullie eigenlijk nog gelukkig?' Ze zag plotseling tranen in de ogen van haar moeder en haar vader verslikte zich bijna in een stukje eend.

Scheiden
'We wilden het er nu niet over hebben,' begon hij. 'Maar laten we geen verstoppertje spelen, je moeder en ik gaan uit elkaar. We gaan scheiden. Sorry liefje.'
Daarna bleek alles vrij soepel te gaan. Geen vechtscheiding, maar een zakelijke aanpak. Niet twee advocaten, om het conflict niet aan te wakkeren. Over de verdeling werden ze het snel eens. Over de huur en studiekosten van de dochter, wie de piano kreeg en wie de vogelkooi.
Maar toen begon hun advocaat over de pensioenen die ze alle twee tijdens hun huwelijk hadden opgebouwd.

Pensioen verdelen
'Volgens de wet verdelen jullie de pensioenen. Hij heeft recht op de helft van jouw ouderdomspensioen. Dat is de moeite waard. En zij heeft recht op de helft van jouw pensioen. Dat is nog niet veel omdat je lang hebt gestudeerd en daarna meestal als zzp'er bezig was.'

Zijn reactie verraste haar. 'Nu we uit elkaar gaan, wil ik ook geen financiële band meer hebben. Dus laten we de pensioenen niet delen, stelde hij. 'Ieder houdt zijn eigen pensioenrechten. Dat kan toch als we dat afspreken?'
Ja dat kon, bevestigde de advocaat. Hij kon dat opnemen in het convenant. 'Maar nogmaals: het is wel in uw nadeel.'

Nabestaandenpensioen
De man knikte: 'Ik weet het. Maar ik heb nog meer dan twintig jaar te gaan voor mijn pensioen. Ik zal wel voor mezelf zorgen.'
'Nabestaandenpensioen krijgt u ook al niet,' legde de advocaat uit. 'Het nabestaandenpensioen van uw vrouw is op risicobasis verzekerd en er is geen potje voor opgebouwd. 'U bent straks geen rechthebbende op iets, ook niet als uw vrouw overlijdt.'

'In zijn pensioenregeling is dat toch anders,' meende zijn vrouw te weten. Dat bleek inderdaad het geval.
'Als uw man overlijdt, dan krijgt u als ex inderdaad nabestaandenpensioen, namelijk dat wat tijdens uw gezamenlijke huwelijk is opgebouwd.'

De man haalde zijn schouders op. Bijna toonloos: 'Prima, dan denk je in ieder geval nog aan me, als ik dood ben.'

'Ik zal heus we aan je blijven denken.' Ze voelde een brok in haar keel: 'We hebben toch veel goede jaren gehad samen. Een dochter samen gekregen. Alleen werkt het nu niet meer. Onze houdbaarheidsdatum is verstreken, zeg maar.'
Even flitste zelfs door haar hoofd dat hij toch wel een lieve vent was. Maar ja, het S-woord was gevallen. Je kon moeilijk meer terug.
'OK, dan mag jij de auto toch,' zei ze, om iets terug te doen.

'Graag!' Hij zei het niet hardop, maar dacht: liever een vogel in de hand dan tien in de lucht.

Arnold Verplancke
Bestuurslid Pensioenfonds PGB

PS: als illustratie heb ik de hoes gebruikt van de Echtscheidings lp van Youp.