zaterdag 26 februari 2022

Carnavalszaterdag in oorlogstijd

 



Het zonnetje schijnt door de nog kale bomen. Een middagwandeling door De Warande in Tilburg doet heerlijk fris aan.  De lente moet nog aanbreken, maar de vogels fluiten er al lustig op los. In Oekraïne gieren kruisraketten door de lucht. Op straat liggen daar lijken. Onvoorstelbaar als je hier vredig voortstapt over de boomwortels. Zo ver weg en zo dichtbij.

 

door Arnold Verplancke

Door de bomen klinkt plotseling blaasmuziek. Een simpele tweekwartsmaat, maar geen marsmuziek. Het doet me niettemin even denken aan een militaire kapel, die mee marcheert in een parade. Dat zal wel komen door de oorlogsbeelden die ik de afgelopen dagen gekluisterd aan de tv heb gezien via BBC en CNN.

 

Toen ik jong was, werd Bevrijdingsdag nog gevierd met een militaire parade. Ik herinner me als kleine jongen met bewondering te hebben gekeken naar al die soldaten van landmacht, luchtmacht en marine in hun uniformen, de wapens over de schouders. Het zal misschien 5 mei 1950 zijn geweest, in mijn geboorteplaats Leiden, waar ze over het Levendaal marcheerden. 

 

Parade

Jongere generaties geloven dat niet meer: feest vieren met een militaire parade. Maar ik kan het nog sterker vertellen. Ook tijdens het jaarlijkse 3 oktoberfeest, als Leiden herdenkt dat het stand heeft gehouden tegen het Spaanse leger in 1574, reed in 1964 nog een heel militair konvooi mee in de grote optocht, inclusief een raket van de luchtverdediging. Dat blijkt uit een foto in het Leidsch Dagblad van dat jaar, dus bijna twintig jaar na de oorlog.


 

Militair konvooi in de feestelijke optocht van 1964. Foto HVOL.

Dat is trouwens het jaar dat ik de Koninklijke Luchtmacht verliet met groot verlof, zoals dat heet. Niet dat ik zo’n puike militair was. Integendeel misschien, want ik heb nog tien dagen verzwaard arrest gekregen omdat ik tijdens een kamerinspectie de UZI pistoolmitrailleur in mijn kledingkast niet bleek te hebben onderhouden. Je kon nauwelijks meer door de loop kijken van het stof. De Russen bleven gelukkig weg en mijn verzwaard arrest bleek alleen kamerarrest te zijn. Ik mocht overdag gewoon mijn werk doen op de verkeerstoren van Ypenburg. Maar toen was al duidelijk dat mijn militaire carrière geen hoge vlucht zou nemen.

 


Arnold in de verkeerstoren van Ypenburg 1964.

NAVO

Nederland was in de jaren zestig natuurlijk al lid van de NAVO. Gelukkig wel. Daar kunnen ze in Oekraïne alleen maar jaloers op zijn. Door de Russische inval bezinnen nu zelfs neutrale landen als Zweden en Finland zich op een eventuele toetreding tot het defensieve bondgenootschap.


 

Terug naar mijn winterse wandeling in de Warande. Nee de blaasmuziek had natuurlijk niets te maken met een militaire kapel, laat staan met Oekraïne, maar wel met het carnaval. De Tilburgse prins Frans-Jan d’n Irste bleek met zijn gevolg en hoempa orkest neergestreken bij Auberge du Bonheur, waar kort na het  middaguur de bladen vol mooi getapte glazen bier al rondgingen. Carnavalszaterdag in oorlogstijd. Honderdduizenden mensen op de vlucht en hier heerst de vrolijkheid.


 

Vrede

Wat wil ik daar nou mee zeggen? Heb ik er iets op tegen dat ze carnaval vieren? Welnee, helemaal niet juist. Heerlijk dat ze in alle vrijheid kunnen lachen en zingen. Dat ze kunnen genieten van de vrede die wij kennen. Dat er generaties zijn opgegroeid in ons land, die niet anders weten.

Maar af en toe is het goed te beseffen dat vrede niet gratis is. Dat ze inspanning en onderhoud vergt. Een week geleden zou niemand in de miljoenenstad Kiev hebben verwacht nu opgepropt in een schuilkelder te zitten, met de auto in een lange file het land uit te vluchten, of nog erger door de Russen beschoten te worden.

 

https://www.brabantcultureel.nl/2022/01/25/bach-oekraine-en-het-titanic-gevoel/

https://www.brabantcultureel.nl/2022/02/28/carnavalszaterdag-in-oorlogstijd/


 



 

 

 

 

vrijdag 18 februari 2022

Mijn appartement beweegt


Je voelt de storm en je hoort het fluiten van de wind. In woontoren Westpoint in Tilburg beleven bewoners deze vrijdag een bijzondere middag. Het is één van de hoogste woontorens van Nederland. Arnold Verplancke woont op de 43e etage; 128 meter hoog. Hij laat ons zien en horen hoe hij storm Eunice beleeft.

Kijk en luister naar:

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/4042996/de-storm-op-grote-hoogte-bewoners-van-westpoint-bewegen-mee-met-de-wind


dinsdag 8 februari 2022

Museum Leuven

 

De kijker kiest mee voor de tentoonstelling

 

Altijd leuk en  verrassend om te zien welke werken museumbezoekers zelf uitkiezen als ze mogen meebeslissen. Buitenstaanders krijgen wel vaker invloed op een tentoonstelling. Prinses Beatrix heeft ooit  een hele expositie samengesteld in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Ook andere bekende Nederlanders mogen soms rondstruinen in de grote depots. Maar het Museum in Leuven geeft elke twee jaar gewone geïnteresseerden een kans.

door Arnold Verplancke

Uit de museumbezoekers die mee wilden doen aan de presentatie van De Tien voor 2021-2023 heeft het museum tien kandidaten gekozen van verschillende generaties. Deze proefkonijnen zoals ze werden genoemd, maakten eerst digitaal kennis met dertig uiteenlopende kunstwerken uit de brede collectie van het museum, van heel oud tot zeer eigentijds. In een spelvorm konden ze vervolgens telkens enkele af laten vallen. Tegelijk kregen ze meer achtergrondinformatie over de stukken. Door de coronabeperkingen moest dat allemaal digitaal gebeuren. Pas in een later stadium kwamen ze oog in oog met de echte kunstwerken. Uiteindelijk bleven er tien over die nu in een aparte ruimte staan opgesteld.

Richard Long

Om ze te zien moet u wel naar Vlaams Brabant reizen, maar de mooie stad Leuven heeft daarvoor genoeg te bieden. Ook het museum zelf trouwens: van fraaie  19e eeuwse salons tot een tijdelijke expositie van Richard Long (1945). Van hem zijn enkele grote werken te zien met zorgvuldig gegroepeerde grote keien uit de natuur of houtblokken. Ze verwijzen naar de landschappen die hij op al zijn lange wandelingen tegenkomt. Op verschillende wanden heeft hij eigenhandig met modder grote afbeeldingen gemaakt, waarvan de opgedroogde grondstof soms nog lijkt af te druipen. 

Deze werken zijn echt tijdelijk: na de expositie zullen ze voorgoed verdwijnen. Bezoekers van De Pont in Tilburg kennen zijn werk waarschijnlijk wel. Het is er vanaf de opening in 1992 regelmatig te zien: de grote witte cirkel van kalksteen bijvoorbeeld en het lange zwarte kolenpad.

Altaardoek

Terug naar De Tien. Kiezen de oudere proefkonijnen voor ouder werk en de jonge voor eigentijds? Neen, integendeel zelfs. De jongste Lila (2004) heeft zich sterk gemaakt voor het oudste werk: een antependium (altaardoek) met Christusmonogram uit circa 1550-1600. 

“Ik stond zelf versteld van mijn  keuze: ik dacht dat ik zou kiezen voor hedendaags en abstract. Nooit verwacht dat ik zou uitkomen bij een zestiende eeuws tapijt dat diende om een altaar te versieren.” Zij blijkt gefascineerd door alle geneeskundige kruiden die er op afgebeeld staan en de relatie met hedendaagse psychedelica.

Het meest eigentijdse kunstwerk is een abstracte fotografie Liquid Light van Jim Campers uit 2016 (archivalische pigmentprint op dibond, om precies te zijn). Het blijk gekozen door de op een na oudste deelnemer aan deze selectie: Kristien (1967).


De poep

Bij de ingang van deze zaal trekt een beeld van Jef Lambeaux uit 1884 sterk de aandacht: Het dolle lied geheten. Een sater heeft dolle pret met een blote nimf. Maar tegelijk duwt hij een klein jongetje weg, kennelijk zijn zoontje. Hij wil niet gestoord worden in zijn liefdesspel.

Nog een blote vrouw valt erg op aan het eind van de tentoonstelling. Ze staat op een schilderij  Lot en zijn dochters van Pièrre Joseph Verhaghen uit de periode 1780-1810. 


Het stelt de oudtestamentische figuur Lot voor, die met zijn twee dochters gevlucht is uit Sodom. In een afgelegen grot proberen de twee kinderloze vrouwen hun vader te verleiden. Centraal op het doek staat een van de dochters met de billen bloot naar de kijkers. ‘De poep staat centraal’, heet het Vlaams in de toelichting.

Een toegangskaartje voor het Museum in Leuven geldt ook voor de dichtbij gelegen Sint Pieterskerk waar de tentoonstelling Tussen Hemel en Aarde te zien is, met onder andere Het Laatste Avondmaal van Dieric Bouts. Eerlijk gezegd trof de Marteling van de H. Dorothea me nog het meest. 




Een drieluik van Joost van der Baren uit 1594-1595. Op het rechterpaneel zie je hoe zij bijna naakt aan een balk hangt. Boven haar hoofd dreigt een vurige toorts en onder haar voeten brandt ook al een vuurpot. Het grote paneel laat plastisch zien hoe ze onthoofd op de grond ligt. Ouders laat uw kleine kinderen deze gruwelen niet zien, zou ik zeggen, al weet ik niet hoeveel enge taferelen ze al meekrijgen op hun computergames.

 

Als je dan toch rondloopt in het oude centrum van Leuven, kun je ook nog wel een bezoek brengen aan de Sint-Antoniuskapel, waar het graf van pater Damiaan (1840-1889) te vinden is. Hij stierf te midden van zijn melaatsen. In 2009 werd hij door de paus heilig verklaard. Maar in 2005 had hij al de verkiezing gewonnen voor de ‘grootste Belg’. Als je alleen met hem bent in de crypte kan de absolute stilte je overweldigen.


De Tien loopt tot 26 februari 2023

Werk van Richard Long is er tot 20 maart 2022

Hemel en Aarde in de Sint Pieterskerk tot 7 maart 2023

https://www.mleuven.be/en/node/2714

https://www.mleuven.be/nl/richard-long

https://www.mleuven.be/nl/Bouts

https://kerkenleuven.storygraaf.be/sintantonius.html

vrijdag 26 november 2021

Don Giovanni vol verrassingen

 

Het eenvoudige bruidspaartje voordat Don Giovanni op de proppen komt.


Don Giovanni vol verrassingen

 

Het wringt een beetje in de nieuwe versie van Don Giovanni bij de Nationale Opera. Die heb ik nog net vóór de nieuwe coronamaatregelen gezien in Amsterdam. De bekende opera van Mozart over de gelijknamige rokkenjager speelt zich meestal af op meerdere locaties: een tuin, een straat, een huis, een kerkhof, een eetzaal. Decorwisselingen geven dat aan. Regisseur Claus Guth en ontwerper Christian Schmidt laten dit komische drama afspelen in een bosgebiedje op een draaitoneel. Aan de rand ervan staat ook nog een soort bushokje. Een pad is breed genoeg om er een auto door te laten komen.


In het bushokje: Zerlina, Donna Anna en Donna Elvira. Op het dak Leporello (Adrian Sâmpretran). Links Masetto en rechts Don Ottavio (Long Long).


Inderdaad, het toneelbeeld is ook naar het heden verplaatst en doet in niets denken aan de rijke sfeer van een paar eeuwen terug, zoals in traditionele uitvoeringen. Wat wel overeind blijft, is natuurlijk de tekst, want aan de samensmelting van het oorspronkelijke libretto met de muziek van Mozart, mag niemand komen. Dat zou heiligschennis zijn.


Vlugzout

Daardoor krijg je wel vreemde situaties. In het begin al als Donna Anna flauwgevallen ergens tussen de bomen ligt en haar verloofde in het luchtledige vraagt ‘breng me een reukwater, een vlugzout…..’. Niemand in de buurt. Of als zo tegen het einde Don Giovanni en zijn knecht Leporello op een kerkhof het standbeeld van de vermoorde Commendatore zien en Leporello het opschrift wil voorlezen, dan moet hij zich behelpen met een omgeknakte boom in plaats van een standbeeld.

Ervaren bezoekers hebben dit natuurlijk wel vaker meegemaakt, dat  tekst en handeling  wringen in een eigentijdse operaproductie. Hier valt het extra op.


Masetto en Zerlina


 

Dat doet toch gelukkig weinig af aan het muzikale spektakel dat deze opera biedt en dat is  ook wel te merken aan het enthousiaste applaus van het publiek na drieënhalf uur. Alle solisten voegen zich uitstekend in deze uitvoering met het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Jérémie Rhorer. Hun veelvuldige ensemblezang klinkt heel gaaf. In hun aria’s weten Adela Zaharia (Donna Anna) en Amanda Majeski (Donna Elvira) sterk te overtuigen. Het applaus tijdens menig open doekje bewijst dat ook wel.


Frederik Bergman

Ook alle lof verdienen de twee aanstormende Nederlandse solisten: Lilian Farahani en Frederik Bergman. Zij vormen een mooi jong stel, als het flirterige bruidje Zerlina en haar jaloerse maar naïeve bruidegom Masetto. Farahani zong een jaar geleden nog op een zondagmiddag voor een klein publiek in de Kazerne te Eindhoven (PKE). Voor de in Berkel-Enschot geboren en in Tilburg aan het conservatorium opgeleide Bergman was dit zijn  eerste grote operarol  op het hoofdpodium van de Nationale Opera: leuk geacteerd en goed gezongen.



De laatste voorstelling van deze Don Giovanni-reeks staat op het programma voor aanstaande zondagmiddag. Of die kan doorgaan met de af te kondigen coronamaatregelen, is op het moment dat ik dit schrijf nog onbekend.   


ARNOLD VERPLANCKE

Foto's: Bart Grietens



https://www.brabantcultureel.nl/2020/09/01/voor-bas-bariton-frederik-bergman-staat-opera-zingen-gelijk-aan-topsport/

https://www.brabantcultureel.nl/2020/09/22/wees-niet-bang-de-theaters-zijn-veilig-en-vol-verrassingen/

 

 

woensdag 2 oktober 2019

La Santa en Mi Vida


Joke bij Famara


'Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is’

Wat kunnen dichters toch een overrompelend gevoel in één zinnetje vangen. Judith Hertzberg gebruikt bovenstaand regeltje als titel van een kort gedicht, eind vorige eeuw. Het regent, haar nieuwe schoenen lekken en ze wil dat iemand vertellen. Maar ze kan het alleen in haar hoofd aan iemand kwijt.

Hoe herkenbaar, als je opnieuw alleen achter blijft. Aan wie moet ik vertellen over de korte vakantie die ik net heb meegemaakt. Hoe ik je miste op de mountainbike. Dat ik er aan dacht dat je een vorige keer, midden in de zand- en keienwoestijn, de hand uitstak naar rechts. Geen mens te zien, maar eenmaal een verkeersdiploma, altijd gedisciplineerd.
Dat ik natuurlijk ook weer Anja in gedachten kreeg, waar de routes van de 3- en 4-kilometer run bij elkaar komen. En hoe zij tijdens haar drafje op het laatst hetzelfde zinnetje in haar hoofd opdreunde: ‘Weg, weg, kankertje ga weg’.


Anja 1995 in Arriëta

Het kankertje ging niet weg en kreeg ook jou, Joke, te pakken een kwart eeuw later.

Gelukkig was Ingrid er wel bij op La Santa, gezellig vertellend over de zweminstructie waaraan ze meedeed en over de danslessen. Van haar kreeg ik toch nog een complimentje voor mijn eenzame mountainbike avonturen op mijn 74ste. Zij verzachtte het gemis aan jullie, die zo horen bij deze sportieve vakanties.

Het bundeltje van Judith Herzberg las ik in het vliegtuig op de terugweg. Op de erste pagina noteer ik vaak wanneer ik een boek gekocht of van wie ik het gekregen heb. ‘Joke’ staat er en ‘okt. 2003’. Vreemd. In oktober ben ik niet jarig. Waarom zou ze me toen zomaar een poëziebundeltje cadeau hebben gedaan?
De zoekterm oktober 2003 levert iets op in mijn geheugen: gestopt met werken, althans in loondienst. Op mijn 58ste maakte ik gebruik van een vervroegde uittredingsregeling. Bij die gelegenheid zal ze me verrast hebben met Judith Herzberg, wetend dat ik haar versie van het Hooglied zo waardeerde.

Dat doe je dus als je elkaar goed kent, een simpele verrassing. Zoals je ook open staat voor de  onbelangrijke gebeurtenissen van de ander.

En hoe nu verder?
In het boekje staat ook het gedicht Afscheid. Dat gaat niet alleen over het afscheid van iemand maar vooral ook over ouder worden en afscheid nemen van al het voorafgaande. ‘Het afscheid komt er alweer aan/op heel oude benen./ De treden van de dagen/ worden dagelijks hoger./’

Ik snap het, maar ik  wil me er nog niet bij neerleggen dat treden te hoog kunnen zijn. Ook op oudere leeftijd, ook als je alleen raakt, kun je nog keuzen maken, is er nog van alles mogelijk.

Ik zag deze week een voorvertoning van de nieuwe Nederlandse film ‘Mi Vida’ (Mijn Leven) met Loes Luca in de hoofdrol. Zeer de moeite waard als die volgende maand in première gaat. Een oudere vrouw staat voor de keuze nog een heel nieuwe weg in te slaan of door te gaan op het pad dat haar omgeving van haar verwacht. ‘Wat wil ik nog met mijn leven?’ Dat is naar mijn gevoel een kernzin in de film. Niemand anders dan zijzelf kan uiteindelijk die keuze maken. Ik herken die vraag o zo goed nu. Maar dat is verder voor niemand van belang.

Arnold Verplancke


maandag 2 september 2019

Zonsondergangen zonder



Zonsondergang op iPhone van Joke

Zonsondergangen zijn ook niet meer wat ze geweest zijn.
Ik mis haar enthousiaste “Arnold kom eens kijken hoe mooi”, als ze voor ons grote raam in Westpoint stond te genieten. Van een mooie rode bol die langzaam en plechtstatig daalde of uitvloeide in een felle gloed van geel, rood, oranje en roze rond een witte kern.

Een enkele keer vond ik het nodig quasie-belerend te vertellen dat de zon niet daalde maar dat de aarde draaide en dat het daarom leek….
Ze draaide maar half om, keek me medelijdend aan en zei slechts: “Zijn we leuk?”
Niet kennelijk.



Meestal kon ze mijn droge humor toch wel waarderen, maar als ik iets te spitsvondig probeerde te zijn, waarschuwde ze me. Zeker als ik even later een presentatie moest geven of dagvoorzitter speelde bij het Pensioenfonds. “Niet studentikoos willen zijn straks hè, dat past niet en dat verwachten mensen niet van jou.” OK Joke, duidelijk. Ze had trouwens gelijk.

Rode schoenen
Wel reageerde ze enthousiast als ik voor een zaal met grijze en blauwe pakken iets buitengewoons aan trok. Voor een pensioenmiddag had ik lang geleden eens enkelhoge rode schoenen gekocht. Een paar jaar later vroegen deelnemers aan het  jaarlijkse congres van PGB nog steeds waar mijn rode schoenen waren.

Indiaas jasje
Op vakantie in India bezochten we een kleermaker die prachtige zijden jasjes op maat maakte. Joke liet zich een mooie blauwe aanmeten. Ik zei een bonte met rood en goud te willen. Ze keek me verbaasd aan. 
Voor op de eerstvolgende pensioendag, zei ik, waar ik voor het laatst zal presenteren. “Echt,”vroeg ze ongelovig. Hoewel ze me al ruim twintig jaar goed kende. “Durf je dat dan aan te doen?”
Ja dus.
Haar blauwe jasje is het enige kledingstuk dat ik principieel niet zal weg doen.


De dagvoorzitter (r.) interviewt de voorzitter van het pensioenfonds PGB

Bril
Haar laatste extravagante bril bewaar ik natuurlijk ook.
Dat montuur heeft ze gekocht in Normandië toen ze met twee vriendinnen daar 'Buddy' een paar dagen uit liet, de mooie hond van een van hen. Op uitdrukkelijk verzoek van dat beest kennelijk. Eenmaal terug in Tilburg bezocht Joke onze opticien om er een paar glazen op de juiste sterkte in te laten zetten. De man keek verwonderd naar het montuur met de vele pootjes, schudde zijn hoof en mompelde iets van: “Als dat langs de muur zou kruipen bij mij, zou ik het dood meppen.” Een weekje laten haalden we de nu bruikbare bril op en wist de opticien te vertellen dat ze in het atelier allemaal even de bril op de neus hadden gezet. 

Buddy heb ik trouwens vanmiddag nog even gezien met zijn vrouwtje. Hij wordt een dagje ouder, zij niet. Samen hebben we veel herinneringen opgehaald aan Joke. Ook over haar reislust en hoe gretig ze inging op allerlei wilde plannen om verre landen te bezoeken.

Want zonsondergangen in Afrika, Normandië of La Santa zien er natuurlijk heel anders uit dan in Tilburg.


Zonsondergang bij Club La Santa op Lanzarote (bij Calleta de Famara om precies te zijn)

maandag 26 augustus 2019

Over heden en verleden



Introductie winter 1962. Arnold rechts.

Over heden en verleden


Vanochtend mijn kleindochter naar de Fontys-camping gebracht voor haar introductieweek. Met haar tentje, onder een strakblauwe hemel en met 28 graden.
Daarna een stukje gefietst, alleen. Nou ja, alleen. Op mijn leeftijd fiets je nooit meer alleen. Het  verleden rijdt altijd mee, naast je, in dezelfde versnelling.

Ze vond het spannend. Een nieuwe opleiding, een andere stad, allemaal nieuwe medestudenten.
De spanning herken ik wel van toen ik zelf zeventien was, zoals zij. Niet dat ik naar een HBO-introductieweek ging. Voor mij begon toen de militaire training, waaraan ik mij vervroegd en vrijwillig had bloot gesteld. Liever het luchtmachtuniform dan het vaderlijk gezag thuis. Bovendien lonkte de baan als luchtverkeersleider.

Winter 1962/63
De ouderen onder u herinneren zich wellicht de vreselijke winter van 1962/63. In die wintermaanden kreeg ik mijn militaire ontgroening: marcheren en droppings in de vrieskou. Het was de winter van de beruchte Elfstedentocht die Reinier Paping won. Wij mochten bij tien graden beneden nul - waarschijnlijk lager - proberen schuttersputjes te graven in de keiharde bevroren grond. En ja een tentje kwam er ook aan te pas. Niet van die moderne als op de Fontys-camping, maar een mini-sheltertje. Ik nam graag een extra nachtdienst wachtlopen over om te voorkomen dat ik zou doodvriezen onder dat dunne zeildoek.

Wat heeft dit nu met Joke te maken, zult u zich afvragen, gewend aan mijn vorige overpeinzingen. Weinig. Ja voor mijn kleindochter was Joke natuurlijk gewoon een van de drie oma’s die ze als kind had. Van wie er nu nog maar één haar vervolgstudie kan mee maken. Maar met Joke zou ik al fietsend deze herinneringen hebben gedeeld. Nu moet ik het doen met alleen mijn verleden en u, de lezer.

Kamperen
Joke en ik hebben nooit samen gekampeerd. Zij kon bogen op een ruime ervaring met genummerde tentstokken en één gaspitje, waar je genoeg aan schijnt te hebben. Maar het hoefde voor haar niet meer. Voor mij al helemaal niet. Mijn beperkte ervaring met te slappe tentharingen en verweerde tuinstoeltjes waar ik doorheen zakte, haal ik niet op bij een fietstocht. Pas bij de zoveelste borrel.

Grillig is het verleden dat meereist. Zo schiet je van 1963 ergens op de hei tussen Breda en Gilze-Rijen naar een camping bij de Dordogne en terug naar het Purple festival van Fontys op de grens van Tilburg en Goirle.

Hadden jullie ook introductieweken, vroeg ze vanochtend. Nee, niet voor zover ik weet. En galafeesten aan het eind van de havo? Nee ook al niet. Dat is echt een verschijnsel van de laatste jaren. Ongetwijfeld overgewaaid over de Noordzee of de oceaan.
Nee bij mij was het alleen rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis op de lagere school. Geen flauwe kul. Mijn broer, slechts één jaar jonger, kreeg plotseling muziekles en schoolzwemmen. Ik nooit. Hij wist wie Mozart was en hoe de schoolslag moest. Dat eerste heb ik later wel ingehaald.

Vijfdaagse
Aan het eind van de HBS waren er ook geen galafeesten en al helemaal geen vierkante zwarte hoofddeksels. Je ging gelijk doorstuderen of werken. Het was de tijd dat de vijfdaagse werkweek werd ingevoerd. Maar onze rector leerde ons tijdens geschiedenis, dat als wij ooit zelf een vijfdaagse werkweek zouden krijgen, we het niet erg ver hadden geschopt.

Hij kan gerust zijn: in de journalistiek heb ik nooit korte werkweken gekend. Joke evenmin. We zijn journalist geweest in een tijd dat het vak nog iets van een roeping had, maar tegelijk ook enorm veel mogelijkheden en uitdagingen bood. Welke regionale journalist mag nu nog reportages schrijven over Suriname (aan de vooravond van de onafhankelijkheid, zoals ik toen) of door Siberië reizen voor een jubilerende krant? Of naar India om in de Himalaya te skiën zoals Joke?

Zelfs toen ik bij de luchtverkeersleiding werkte op Ypenburg, bleef de dienst niet beperkt tot vijf dagen. Want ook in het weekend was er piketdienst op de basis. Mijn luchtmachtavontuur duurde  overigens niet lang en zeker niet de zes jaar waarvoor ik had getekend. Tijdens mijn opleidingstraject kreeg ik conflicten met mijn supervisor, een hogere in rang. Bovendien verwaarloosde ik kennelijk mijn militaire uitrusting zodanig dat bij een inspectie van de kledingkast de loop van mijn Uzi pistoolmitrailleur vol stof zat, hetgeen mij tien dagen verzwaard arrest opleverde.

De commandant van de luchtverkeersleiding, die toevallig ook in Leiden woonde, adviseerde mij vaderlijk een request in te dienen bij de majesteit om onder mijn KVV-contract uit te komen en slechts mijn dienstplicht vol te hoeven maken. In de burgermaatschappij zou ik het veel verder kunnen schoppen dan bij de luchtmacht, voorspelde hij.

Tja, dat zullen we nooit weten. En mijn verleden naast me vraagt zich zoiets helemaal niet af. Dat ligt vast.

Arnold Verplancke




zondag 25 augustus 2019

Voor de gek houden

Joke in 2017 in Afrika, twee jaar voor haar overlijden.

Ik houd mezelf een beetje voor de gek

Wat doe je nou zo'n hele zondag alleen?
Goedbedoelde vragen.
Ik houd mezelf een beetje voor de gek, is eigenlijk het antwoord.

Omdat er zulk warm weer is voorspeld, hoor ik je als het ware zeggen: ' Zullen we vroeg gaan wandelen? Voordat het te heet wordt?'
Daarom stap ik op tijd maar in de auto en rijd naar Oisterwijk, waar we zo'n vaste blauwe route hebben. Soms lopen we die helemaal, soms slechts een deel ervan, klein of groot. Het is 10 uur en 21 graden. Goed te doen.



Ik schrik als ik zie hoe droog sommige vennen staan. Hele stukken met zo weinig water dat modder aan het oppervlak ligt.



Rechtop lopen, niet gebogen hoor ik je zeggen. Dat zou trouwens ook een tekst van mijn zus Jeannette kunnen zijn. Ik stap stevig door, rechtop, bijna in een marstempo en toch behoedzaam de boomwortels ontwijkend. Je zou trots op me zijn. Ik denk onwillekeurig terug aan militaire dienst. Hoe ik met mijn korte benen moest mee marcheren. Het is al 55 jaar geleden dat ik het grijze luchtmachtuniform definitief uit trok.

In gedachten zie ik je naast me lopen. Misschien met een klein rugzakje of een tas voor wat water, een pakje sultana's en andere onmisbare zaken, zoals een trui voor je weet maar nooit. 



Anja in 1993 in Schotland, twee jaar voor haar overlijden

Ook Anja droeg altijd de rugzak. Jullie hebben alle twee mijn rug willen ontzien. Niet de enige overeenkomst overigens. Jullie hielden alle twee van skieën en konden dat prima zonder mij. Jij Joke elk jaar met familie en vrienden. Anja in die paar jaar soms met haar 'jongens van de krant'. Jullie genoten alle twee van onze jaarlijkse sportieve vakantieweken naar Club La Santa en trouwens van alle nieuwe dingen die op ons pad kwamen. En ook van mij tot mijn verrassing.

Lopend in de schaduw van de Oisterwijkse bossen en dan weer over een open zanderig stuk, realiseer in me dat jullie nu samen in één familiegraf liggen in Berkel, geduldig wachtend tot ik er bij word geschoven. Ik heb geen haast en jullie alle tijd.



Na zeventig minuten heb ik het grootste deel afgelegd en wordt het warm, te warm. Terug naar de auto, waar de thermometer inmiddels 24 graden aanwijst. Je zou trots op me zijn.

Ik rijd nog even langs Berkel, waar ik de auto door de wasstraat van Robben haal en dan toch vlakbij het kerkhof ben. Ja ik weet het, het is nu precies twee maanden geleden.




https://www.deposthoorn.be/ zeer aan te bevelen met een uitgebreide bierkaart!
https://www.facebook.com/pages/category/Cafe/Bier-en-eetcaf%C3%A9-De-Posthoorn-Meerle-1863775390574666/

Vanmiddag ga ik eerst even naar onze 'stamkroeg' in Meerle, net over de grens. Bij de Wim en de  Guido een biertje drinken op het terras van De Posthoorn. Aardige jongens, die altijd meelevend reageren. Indertijd na het overlijden van Tim, twee jaar geleden, en nu natuurlijk ook, toen ze hoorden van jou.  

Daarna komt Ingrid haar dochter Evy brengen. Ze begint morgen in Tilburg aan haar introductieweek voor een hbo-studie en overnacht hier ook. Toch een geluk dat ik goed in de vrienden, familie en kennissen zit.

Waarom schrijf ik dit trouwens? Ik moet uitkijken dat ik mezelf niet verlies in woorden. Daar zijn wij journalisten erg goed in, schreef een collega me laatst waarschuwend. Dat we ons verschuilen  achter een invoelbare tekst om zelf minder van het verlies en het verdriet te voelen.

Misschien is dat wel zo. Dat deze zinnen een dun takkendek vormen, waar het gemis langzamer tussen door sijpelt. Het is niet belangrijk wat ik hier schrijf. Dat weet ik ook wel. Zo erg kan ik mezelf niet voor de gek houden.

Arnold Verplancke



Een mooie alleenstaande berk in Oisterwijk.


Bij De Posthoorn een Judith gedronken. Heerlijk. Doet me toch denken aan die prachtige voorstelling van Juditha vorig jaar van de Nationale Opera. In Amsterdam. Naar het oratorium van Vivaldi.

donderdag 15 augustus 2019

Hoe moet je rouwen?




Hoe moet je rouwen

Hoe moet je rouwen als je een geliefde verloren hebt?
Geen idee.
Vroeger had je daar regels voor.
Een weduwnaar droeg drie maanden een zwart pak en daarna nog een tijd een rouwband om de arm. Weduwen gingen veel langer in het zwart en liefst gesluierd.

Dat is voorbij. Er zijn geen regels meer voor dergelijk uiterlijk vertoon. Ik heb alleen een dubbele trouwring om mijn vinger.
Iedereen verwacht dat je snel de draad weer oppakt. Ik zelf ook.
Toen Anja overleed, was ik vijftig. Stond midden in het leven en kreeg al snel een nieuwe uitdagende klus: weer een fusie van twee krantenredacties. Rouw om het verlies liep parallel met een nieuwe start.

Nu als 74-jarige ambteloos burger, nadat ik alle bestuurlijke functies heb afgestoten, wandel ik in een leegte die ik onvermijdelijk vul met rouw om het verlies van Joke en tegelijk de behoefte door te gaan met mijn leven. Dus ik ga op bezoek bij familie en vrienden, eet graag een hapje mee, drink gezamenlijk droevig of juist geïnspireerd een goed glas. Natuurlijk mis ik haar voortdurend. Haar plek naast me in bed heb ik gevuld met kussens. Als ik die kant op kijk in het donker, lijkt het toch even of er iemand ligt. Gerucht van buiten doet zelfs denken aan ademhaling of geritsel van een dekbed.

Het lukt  soms de draad op te pakken en soms ook niet. Mijn liefde voor theater en film is niet verdwenen. Maar kennelijk verandert de smaak. Ik ging vanmiddag naar de Tilburgse première van de in de krant hoog geprezen film ‘Once upon a time … in Hollywood’, in Cinecitta. Ik heb het twee uur volgehouden. Toen ben ik maar voortijdig in het donker weg gelopen. Al het gedoe van de bekende en mooie acteurs als Brad Pitt en Leonardo DiCaprio kon me op geen enkele manier  boeien. Ik geef toe: het kennelijk spannende slot heb ik helemaal gemist. Het zij zo. In het restaurant van Cinecitta waar ik na afloop een hapje wilde eten, keek men vreemd op dat iemand uit die zaal kwam voordat de film was afgelopen.

Toch is het niet zo dat niets me meer raakt. Ik ben niet verdoofd door mijn eigen  verlies,  onaantastbaar geworden voor geacteerde emoties. Gisteravond zag ik in Amsterdam ‘Het jaar van de kreeft’, naar het boek van Hugo Claus. Verrassend hoe een literair werk op het toneel een zeer fysiek en uitputtend bewegingsspel werd, vrijwel zonder tekst. Hoe twee mensen elkaar lief hadden, maar niet mét en niet zonder elkaar konden leven en uiteindelijk hun lot ondergingen. Dat raakte me zeker.

Heeft dat iets met rouw te maken, dat je smaak verandert? Net als je ziek bent, dat het eten anders proeft of de wijn op azijn lijkt? Of verveelt het uiterlijk vertoon sneller, waar Amerikaanse films meer mee behept zijn? Geen idee.

Als ik daarover nadenkend langzaam naar huis loop, zie ik een lege huiskamer waar net een splinternieuwe vloer is gelegd. Misschien een jong stel dat trots hun eerste huisje gaat inrichten. Ik gun het ze. Een heel leven voor zich samen.

Arnold Verplancke

Foto gemaakt door Gemma Kessels








donderdag 6 juni 2019

Inspiratie uit straaljagerneuzen

Musici in dialoog met kunstwerken in De Pont





Met het gezicht naar de twee neuskegels van Harrier gevechtsvliegtuigen hebben Jacqueline Hamelink en Anthony Fiumara gisteren hun tweede 'Strijklicht' gespeeld in museum De Pont te Tilburg.

De twee dreigende objecten vormen het kunstwerk Nose Art van Fiona Banner, een Britse kunstenares die vaak delen of bijna complete straaljagers gebruikt in haar werk.

Celliste/performer Jacqueline en Tilburgs stadscomponist Anthony maken deze maanden een reeks ‘beeldende-kunstwerkdialogen’ in De Pont, in confrontatie met schilderijen, beelden en andere kunstobjecten in het museum. Dit keer speelden ze niet samen, maar brachten ze hun twee afzonderlijke muziekwerken na elkaar.

De Nose Art inspireerde Fiumara tot een muziekcollage waarin teksten en muziek verwerkt bleken uit de film Wolf of Wall Street. Hij associeerde de oorlogsdreiging met het agressieve kapitalisme. Hamelink bouwde een gelaagd en spannend geluidsdecor, dat refereerde aan tonen van de Harrier Jump Jet.

vrijdag 25 januari 2019

Spinoza op de planken



Jaja een toneelstuk over de belangrijkste Nederlandse filosoof: Spinoza.
Wat moet dat worden?
Lees mijn verhaal:

https://www.brabantcultureel.nl/2019/01/25/han-kerckhoffs-speelt-spinoza-en-zichzelf/

en je weet er alles van af.



En bezoek ook het Spinoza-huis in Rijnsburg (Z-H) waar kinderen deze kleurplaten hebben gemaakt.

dinsdag 20 november 2018

Indrukwekkende doembeelden in museum De Pont



Indrukwekkende doembeelden
in museum De Pont  

Een zwarte onheilspellende stad die niet te stuiten lijkt. Werkplaatsen, fabrieken, vliegvelden en spoorwegen groeien dooreen en vervuilen elkaar. Bommenwerpers cirkelen boven de stad, dreigend of afschrikwekkend. Zo ziet ‘Exotica’ er uit, het kunstwerk van Anne & Patrick Poirier in museum De Pont. De naam prijkt in felle neonlampen boven de troosteloze en grotendeels verlaten stad. 
Een fascinerend kunstwerk om lang bij stil te staan.





Het Franse kunstenaarsduo heeft in de grote open ruimte van De Pont nog een paar van dit soort indrukwekkende doembeelden staan. Een recent wandkleed, half weggezakt vlakbij Exotica heet simpel ‘Palmyra’, naar de eeuwenoude Romeinse stad in Syrië. 



Het zwarte sombere kleed oogt als een luchtfoto na de verwoestingen van de oorlog in de afgelopen jaren. Alsof de straaljagers van Exotica ook even een rondje over die ruïnes hebben gemaakt. 
Tien jaar geleden, voor de oorlog, liep ik daar zelf nog rond, verbaasd over alles wat de eeuwen had doorstaan.Tot dan toe.



‘Danger Zone´ duidt op een met lucht vol geblazen kwetsbare kunststof koepel, waarin over twee eeuwen een van de laatste mensen in leven probeert te blijven. Een verzameling van de meest uiteenlopende voorwerpen in zijn bubbel houdt de herinnering levend aan de tijd vóór alle ecologische rampen en oorlogen van de 21ste en 22ste eeuw. Ze komen ons bekend voor.

Een ander ook weinig optimistisch toekomstbeeld biedt de zwevende goudkleurige vleugel ´Daïdalopolis´. Het blijkt een ruimteschip, dat van alles uit onze bedreigde of verloren gegane cultuur herbergt. Als een toekomstige Ark van Noach. Kleine kijkgaatjes bieden de bezoeker inzicht in het binnenste van deze ultieme uitvlucht.


In museum De Pont is nog veel meer van dit kunstenaarsduo te zien; zowel grote objecten als klein intiem werk in de wolhokken.


Vanzelfsprekend zijn er ook veel meer schilderijen, objecten en lichtinstallaties te beleven van zeer uiteenlopende kunstenaars. In een van de grote hokken niet ver van de ingang verrast een nieuwe aanwinst in bruikleen: ‘Maar wie ik ben gaat niemand wat aan’ van Marlene Dumas. Een muur met vooral portretten van gewone mensen: wat een opluchting na de donkere doembeelden. 

Om weer even op adem te komen. 

Zo lang het nog kan.

Arnold Verplancke 





vrijdag 21 september 2018

De Vader' doet denken aan de vaders


Prima acteerwerk van Hans Croiset


Dementeren is niet leuk. Desondanks kun je wel eens grinniken om de misverstanden of de onverwachte reacties van de meestal oudere mens, die steeds minder greep krijgt op tijd, plaats en werkelijkheid.

Het toneelstuk ‘De Vader’ dat ik gisteravond in Tilburg zag,  zit knap in elkaar. Het publiek voelt de aftakeling van de hoofdpersoon, kan soms meewarig mee lachen om zijn vergissingen en ervaart dankzij enkele onverwachte persoons- en scènewisselingen zelf ook de verwarring van de bejaarde André.

De voorstelling drijft in sterke mate op de oude acteur Hans Croiset (1935), in het begin nog een krasse tachtiger die soms de draad kwijt is en aan het eind een hulpeloze en kindse patiënt.

Iedere bezoeker zal onvermijdelijk zijn eigen ervaringen mengen met wat zich op het toneel afspeelt.
Voor mij, maar tien jaar jonger dan Hans Croiset, kwamen herinneringen boven aan de gesprekken die ik met hem zelf heb gehad voor de twee kranteninterviews, jaren geleden. Onder meer toen hij de theaterwereld verraste met eigenzinnige regies van Vondels toneelwerk.


En aan nog langer geleden, dat de vader van Hans, Max Croiset, speelde onder regie van zijn toen nog jonge zoon Hans. 

Programmaboekje uit 1971

Ik herinner me Max Croiset als Galilei in Bertolt Brechts ‘Het leven van Galilei’, in 1971. Knap doorleefd spel van een ambachtelijke acteur. Zoveel jaar later kan hetzelfde gezegd van zijn zoon.

Jeugdfoto' uit 1960 van de jonge acteur Hans Croiset

Maar natuurlijk dringen ook de beelden van mijn eigen vader zich op, die de laatste jaren van zijn leven ernstig ging dementeren. Soms mijn moeder niet meer herkende, op het laatst niet meer te handhaven was thuis en uiteindelijk overleed in een instelling. Zo één waar de hoofdpersoon in ‘De Vader’ aanvankelijk zeker niet naar toe wilde. Maar waar noch hij, noch mijn eigen vader op het laatst nog enig benul van had.

Arnold Verplancke

Het toneelstuk ‘De Vader’ is de komende weken nog op toernee langs onder meer Apeldoorn, Den Haag, Rotterdam en Haarlem.