maandag 4 juli 2022

Denkend aan Campert

 



Zelfs Remco

Een van mijn literaire helden is overleden. Remco Campert, 92 jaar. Een paar plankjes in mijn boekenkast blijven gereserveerd voor hem, zijn gedichtenbundels, verhalen en romans. Vanaf de eerste gedichten die ik van hem kocht in 1961, in de bundel vijf5tigers samen  met Schierbeek, Lucebert, Elburg en Kouwenaar, tot zijn laatste in Mijn dood en ik van nog geen twee jaar geleden. Ook zijn succesnummers in proza ontbreken natuurlijk niet, zoals Het leven is vurrukkkelluk en tjeempie of liesje in luiletterland.

Ik heb altijd genoten van zijn ogenschijnlijk zo gemakkelijke kleine zinnetjes, herkenbare observeringen en overpeinzingen. Hij kon heerlijk relativeren, maar evenzeer kleine waarnemingen er uit lichten en belangrijk maken.

 


Er zullen vast wel weer verzamelbundels gaan verschijnen van hem, ergens voor de Sint en Kerst schat ik. Op mijn plankjes staan er twee: campert compleet alle verhalen (tot 1971) en alle bundels gedichten (1951-1970). Als ik ze zie staan, moet ik altijd even denken aan het gedicht dat hij in diezelfde tijd schreef (1968): iets tegen verzamelbundels. Daarom heb ik dat er even uitgelicht.


vrijdag 15 april 2022

Voor het eerst in de Hasseltse Kapel Tilburg

 

Byzantijnse lijdensmeditatie op Goede Vrijdag




Ze klonken heel mooi, de kleurrijke meerstemmige byzantijnse gezangen op de avond van Goede Vrijdag. Voor het eerst verzorgde het Tilburgs Byzantijns Koor een Lijdensmeditatie in de sfeervolle en eeuwenoude Hasseltse Kapel. Het twintigkoppige koor zong de weemoedige Vespers van Goede Vrijdag in het Kerk-slavisch, gebaseerd op de Zeven Laatste Woorden die Jezus volgens de verschillende evangeliën zou hebben gesproken aan het kruis.


 


Tussen de gezangen door droegen enkele koorleden meditaties voor. Daarbij wisselden ze de woorden  uit de bijbel af met korte actuele teksten over bijvoorbeeld de oorlog en het lijden in Oekraïne, de bedreigingen voor het milieu, het barre lot van vluchtelingen en de Coronapandemie. Tegen het einde van de dienst konden de aanwezigen hun kaarsjes aansteken en plaatsen naast een afbeelding van Jezus in het graf. Die was  voor deze gelegenheid geplaatst op een eerbiedige afstand vóór het Mariabeeld van de kapel , dat normaal alle aandacht trekt.


 


Voor mij was deze Byzantijnse koorzang een mooie afsluiting van een langgerekte Goede Week, die ook al was begonnen met een werk gebaseerd op de Zeven Laatste Woorden, namelijk de compositie van Joseph Haydn voor strijkkwartet: Die sieben Letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze. Het werd zondag 3 april uitgevoerd door het ADAM Quartet in De Kazerne in Eindhoven.

 

Twee dagen later woonde ik in het Muziekgebouw in Eindhoven de Matthäus Passion bij door de Nederlandse Bachvereniging, onder leiding van violist Shunske Sato. Een gedegen uitvoering met enkele extra accenten door de nieuwe dirigent. En nu op Goede Vrijdag dus een afronding met meditaties.

 

Morgen op Stille Zaterdag behoren de kerkklokken te zwijgen en de muziek eveneens, als gelovigen beseffen dat Jezus in het graf ligt. Daarna  volgt de opstanding met Pasen. 

Wat mij betreft wordt het dan ook weer tijd voor wat wereldser muziek, de opera Tosca bijvoorbeeld in Amsterdam.

maandag 11 april 2022

Ik woon in een land .......

 Column Arnold voor Brabant Cultureel


Ik woon in een land….




- Bankje in de Oude Warande

Wat kan iets simpels toch een geluksmoment opleveren! Al wandelend in de Oude Warande, een park bij Tilburg, zie ik een splinternieuw houten bankje staan, bij een lieflijk watertje. Niets bijzonders hoor ik U denken? Toch wel als je net op BBC World alle onherstelbare vernielingen hebt gezien in Oekraïne. Hele dorpen vrijwel weggevaagd; steden met onafzienbare rijen zwartgeblakerde karkassen van woonkazernes. Dode lichamen als woordeloze getuigen. Dan kan een eenvoudig bankje voor een blij en dankbaar gevoel zorgen.


 

    - Laan in de Oude Warande


Ik woon in een land waar stilletjes een nieuw bankje verschijnt,  bijna vanzelfsprekend,  om het oude te vervangen.  Dat is geen verdienste. Ik ben toevallig híer geboren en niet daar. Mensen sporten onbekommerd in het park. Een jongen rent als een hinde zo snel en verend voorbij. Verderop in een mager lentezonnetje spelen meisjesteams vrolijk hockey.  Hij hoeft niet zijn land te verdedigen tegen een overmacht. Zij hoeven niet dagenlang te schuilen in volgepropte kelders.  Langs een natuurlijke greppel lopend, denk ik dat die misschien als loopgraaf zou kunnen dienen. Wellicht zelfs als tankversperring, maar dat weet ik niet zeker. Ben meer van de luchtmacht dan van de cavalerie.

 

Rachmaninov

Afgelopen week ben ik naar het Royal Scottisch Symphony Orchestra  gaan luisteren in Eindhoven, zonder maar één moment te vrezen dat een raket het gebouw kon verwoesten, zoals in Marioepol. Het grote orkest speelde voor mij onbekend maar interessant werk van de Engelse componisten Walton en Elgar. Daar tussenin kwam de Franse pianiste Lise de la Salle bij het orkest het geliefde Tweede Pianoconcert van Rachmaninov uitvoeren.

 

Dat had ik toevallig een paar weken eerder ook gehoord in de splinternieuwe concertzaal Amare in Den Haag, door het Residentieorkest met de Rus Denis Kozhukhin als solist. Prachtige en krachtige uitvoeringen alle twee en Rachmaninov verveelt niet natuurlijk. Al zou ik het niet erg hebben gevonden als het Tweede Pianoconcert van zijn landgenoten Prokofjev of Sjostakovitsj op de lessenaars had gestaan een van die keren.


 

 Het Residentie Orkest repeteert het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov


Russen

Jaja dat zijn allemaal  Russen, maar aan die gekkigheid als in Polen moeten we vooral niet meedoen, waar voorlopig geen werk van Russische componisten meer mag klinken. Alsof die iets met de oorlog in Oekraïne te maken hebben. Sterker nog, in hun tijd hebben ze alleen maar last en tegenwerking ondervonden van de toenmalige Russische of Sovjet-machthebbers.

 

Ook in Eindhoven, maar dan de intieme sfeer van Podium Klassiek (PKE) in de Kazerne, hoorde ik  ‘Die Sieben Letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze’ van Joseph Haydn, heel integer en genuanceerd uitgevoerd door het Adam Quartet. Zeer toepasselijk natuurlijk in de tijd voor Pasen en een favoriet werk van Marjolijn Sengers die deze kamermuziek serie programmeert. Maar geen enkel Nederlands strijkkwartet  bleek het op het repertoire te hebben. Na overleg met de Nederlandse Strijkkwartet Academie bleken deze vier jonge musici bereid het in te studeren, speciaal voor dit optreden in Eindhoven.


 

- Marjolijn Sengers bedankt de musici van het Adam Quartet.


Opera

Soms ontkom ik er niet aan om voor bijzondere voorstellingen buiten de eigen provincie te gaan shoppen. Zo heb ik vorige maand mijn kleindochter mee genomen voor haar eerste opera-ervaring naar de Nationale Opera in Amsterdam. Daar hebben we Denis & Katya gezien, een werk uit 2019 van de Britse componist Philip Venables en Amerikaanse librettist Ted Huffman. Zij hebben een waar gebeurd liefdesdrama uit 2016 als uitgangspunt genomen, namelijk van twee 15-jarige Russische jongelui, Denis en Katya. Omdat het meisje niet met haar vriend mocht omgaan, namen ze samen de benen en kraakten ze een huis waar wapens bleken te liggen. Via een online livestream deelden ze hun laatste uren met ontelbare internetkijkers over de hele wereld. Totdat de politie het pand bestormde en het tweetal om het leven kwam. Politiekogels of zelfmoord?

 


- Denis & Katya bij de Nationale Opera door Michael Wilmering en Inna Demenkova – Foto Milagro Elstak

In de slechts 70 minuten durende opera gaat het vooral om de reacties op het tragische lot van de tieners. Zij komen zelf niet in beeld op het podium. Een zanger en een zangeres vertellen en zingen in korte scènes wat er volgens anderen en volgens de media allemaal is gebeurd. Op de achterwand verschijnen WhatsApp berichten. In de orkestbak géén orkest, maar vier cellisten op het podium spelen de muziek van Venables. Een verrassend indringende en sterke eigentijdse opera, maar kennelijk niet voor een groot publiek. De zaal was misschien maar half vol, maar wel met opvallend veel jonge mensen. Zo kweek je toch een nieuw publiek.

 

Vrede

Ik woon in een land waar dat allemaal veilig en in vrede kan. Onbezorgd wandelen in een park; theater en musea bezoeken als je zin hebt, dichtbij en ver weg. Sterker nog, ik heb eigenlijk niet anders gekend. Ik ben van ná de Hongerwinter en geboren met de Bevrijding in zicht. Toch heb ik vrede nooit naïef als iets vanzelfsprekends gehouden of ‘gratis’.  Laten we zuinig zijn op alles wat we hebben opgebouwd, op ons leven in vrede en op het bloeiende cultuurlandschap dat alleen kan blijven bestaan als we er volop gebruik van blijven maken.

 

 https://www.youtube.com/watch?v=BGgD0lOuS34


donderdag 31 maart 2022

Exposities in Uden van Constant en Mamedov

Het Laatste Avondmaal

verrast in vele gedaanten

 

Het vijfluik 'The Last Supper' van Raoef Mamedov, recent aangekocht door Museum Krona in Uden.


Wat is Pasen zonder de Matthäus Passion van Bach? Museum Krona zal gedacht hebben: en  wat is de Paasweek zonder Het Laatste Avondmaal? In een mooie kleine tentoonstelling laat het Udense museum veel verschillende gezichten zien van deze beroemde voorstelling. Ook door de schilder Constant van wie Krona onbekend maar religieus geïnspireerd werk toont.

 

door Arnold Verplancke

 

‘Mensen raken soms echt ontroerd als ze naar dit werk kijken,’ vertelt conservator Wouter Prins. Hij doelt op het grote vijfluik van de Russische cineast en fotograaf Raoef Mamedov die in 1998 mensen met een downsyndroom heeft laten poseren als Jezus en zijn apostelen. Mamedov modelleert hen zo goed mogelijk naar het meest beroemde Laatste Avondmaal uit de kunstgeschiedenis: dat van Leonardo da Vinci uit 1498. Met behulp van computertechniek groepeert hij ze ook achter een heel brede tafel.

 

Opvallend: Jezus zit helemaal alleen op het middelste doek nadat hij heeft gezegd dat een van de twaalf hem zal verraden, nog eenzamer dan 500 jaar geleden bij Da Vinci. Consternatie aan tafel. Judas heeft nog net zichtbaar de geldbuidel in zijn hand. Een wijnglas stoot hij om. Petrus grijpt al een mes en zegt iets tegen Johannes, bekend als de geliefde leerling van de meester. Voor die rol laat Mamedov een jonge vrouw poseren. Wie goed kijkt, ziet dat dezelfde ‘acteur’ Jezus en Judas speelt. Moderne techniek biedt wonderlijke mogelijkheden.

 

Kwetsbaar

Waarom emotioneert dit fotoproject mensen? Vanwege de ogenschijnlijke kwetsbaarheid van acteurs met een downsyndroom? Omdat ze zich zo in hun rollen lijken in te leven? Wellicht omdat de zo overbekende afbeelding opnieuw gaat leven en we zien hoe naïef  deze discipelen nog aan tafel zitten, niets vermoedend van het onheil dat zich een dag later zal voltrekken.

 

In Rusland werd de maker aanvankelijk van blasfemie beschuldigd en moest hij onderduiken. Later groeide de waardering wel. Hij zou begin maart zelf aanwezig zijn bij de opening van de tentoonstelling in Uden, maar hij zat vast: gearresteerd omdat hij tegen de oorlog in Oekraïne demonstreerde. Daarna ging bovendien het luchtruim dicht. Hij wacht nu op zijn veroordeling.

 

Dat iedereen bij het laatste avondmaal denkt aan een heel brede tafel, ongemakkelijk met dertien personen aan één kant, komt door het overbekende werk van Leonardo da Vinci. Het originele fresco  is te zien in Milaan. Een beroemde kopie nog uit de tijd van Da Vinci zelf, op doek geschilderd, is in het bezit van de Norbertijnenabdij van Tongerlo (België).  Een grote print van dat werk siert in Uden de Refter, het museumcafé.

 

           Laatste Avondmaal van Frans Verhaak uit 1960.


In de abdijvleugel van Krona kunnen bezoekers zien dat er wel degelijk kunstwerken bestaan die Jezus en zijn twaalf volgelingen groeperen gezamenlijk rond een tafel en niet er achter. Bijvoorbeeld een eikenhouten beeld uit 1520, maar ook recenter door de Bredase kunstenaar Frans Verhaak een gipsen reliëf uit 1960.

 

                Crack L.A. nr II van Marc Mulders uit 1989.


Opvallend is ook het werk dat Tilburgse schilder Marc Mulders in 1989 maakte, tevens een van de eerste aankopen van moderne kunst door Krona. Het heet Crack L.A. nr II. Het toont weer een brede tafel die doet denken aan Da Vinci, maar zonder mensen, brood of wijn. Daarboven hangt een grote vleeswand, wellicht als een vingerwijzing naar de mysteries die zich afspelen. Niet alleen het woord is vlees geworden, maar bij het breken van het brood zijn ook de woorden uitgesproken ‘Dit is mijn lichaam’.

Niet ver daar vandaan hangt een klein schilderij van Reinoud van Vught uit Goirle: uit de witte verfhuid dringt een bloedrood kruis heen.

 

        De Emmaüsgangers van Constant, jeugdwerk uit 1936.


Constant

Enkele zalen in de abdijvleugel zijn ingericht met werken van Constant Nieuwenhuys (1920-2005). Een naam die je niet snel verwacht in een museum voor religieuze kunst, zoals Krona vroeger heette. Constant is immers vooral bekend als een van de grondleggers van de experimentele Cobra beweging en van zijn architectonische project New Babylon. Dat de aanvankelijk katholiek opgevoede Constant in zijn jonge jaren inspiratie vond in het geloof, weten maar weinigen. Zelfs na de communistische naoorlogse jaren, van politiek engagement en verzet, blijkt hij in zijn latere leven weer terug te grijpen op bijbelse thema’s.


Sommige van zijn werken zijn nooit eerder te zien geweest, zoals het schilderij van de Emmaüsgangers en de intieme Piëta (krijt op papier), die hij op zestienjarige leeftijd maakte. In het eerste werk heeft Jezus het brood in de hand en staat een glas wijn op tafel. De ene reisgenoot zit tegenover hem en kijkt hem met verbijstering aan, als Jezus zich bekend maakt. De andere houdt zijn vlakke hand omhoog als een teken van eerbied. Een opmerkelijk sterke compositie.

 

Interieur Willibrorduskerk Amsterdam uit 1936 van Constant. 


In de Hongerwinter van 1944, toen alles schaars was en het doek dus ook, schilderde Constant het Interieur van de Willibrorduskerk uit Amsterdam. De zwart geklede kerkgangers staan in een onmetelijk hoge sombere ruimte, alsof het mysterie dat zich voltrekt de menselijke maat te boven gaat. Helemaal vooraan en opzettelijk minder goed zichtbaar voltrekt de priester het eeuwige ritueel; geschilderd in opvallend roze-oranje tinten die in later werk van Constant vaker zullen opduiken.

 

            Die Beschneidung Christi van Constant uit 1975.


Een merkwaardig werk is Die Beschneidung Christi – nach Joerg Ratgeb uit 1975. Het beeldt de besnijdenis van het jongetje Jezus uit, maar het ventje is zelf nauwelijks ingevuld. De  joden wel die de ingreep verrichten. Het scherpe mesje lijkt door lichtinval op te flikkeren.


 

                    La Samaritaine van Constant uit 1984.


Aan de parabel van de barmhartige Samaritaan geeft Constant een interessante draai. Het schilderij uit 1984 heet La Samaritaine en laat zien dat de beroofde en gewonde reiziger niet door een man uit Samaria, maar door een vrouw wordt verzorgd en geholpen. Rechts verschuilt een man zich achter een halfgebogen wand. Waarschijnlijk een van de passanten die zich niet bekommerde om zijn medemens. Of  iemand die straks kwaad gaat spreken over een vrouw die zich zomaar buigt over een onbekend manspersoon. Waarbij het tafereel dan associaties oproept met de onschuldige Suzanna uit het bijbelboek Daniël, althans in de katholieke versie.

 

                 L’Ultima Cena ets uit 1980 van Constant.


Ook Constant blijkt zich te hebben laten inspireren door het Laatste Avondmaal, bij hem L’Ultima Cena geheten.  Krona laat zowel een schilderij uit 1979 als een ets uit 1980 zien met deze titel. Daarmee sluiten de zaaltjes met werk van deze Nederlandse schilder natuurlijk mooi aan bij het fotoproject van Mamedov. Alleen gaat het bij Constant wel om een grillige bijeenkomst. Het lijkt een soort feest, rechts is nog een gitarist te zien. Maar alle gasten aan de linkerkant wenden zich af van de witte hoofdpersonen in het midden en hun tafelgenoten. Strak en onbewegelijk staat op de voorgrond een soort dienaar met een blad, maar zijn niet-menselijke hoofd werkt extra vervreemdend. Het feest lijkt uit te lopen op een ramp die zich gaat voltrekken.


Klein maar fijn geldt voor deze dubbeltentoonstelling van Mamedov en Constant in Krona Uden. Daar nog te zien tot en met 22 mei.


https://www.museumkrona.nl/nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/laatste-avondmaal-mamedov

 

https://www.museumkrona.nl/nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/constant

 

zondag 27 maart 2022

Nieuwe Amare in Den Haag blijkt grootse verrassing

 

Cultuurliefhebben nabij de zee

 

Zijn het bomen die tot in de hemel groeien? Of beelden ze reusachtige stemvorken uit? In ieder geval versieren lange pijlers de buitengevels van het splinternieuwe grote gebouw,  midden in Den Haag, en tillen ze de hele constructie van Amare. Wat de naam betekent? Hij doet  vooral denken aan de nabijgelegen zee (a mare) en ook aan liefhebben. Die liefde zullen vooral de cultuurminnaars voelen, die in dit  prachtige muziekpand een geweldig aanbod vinden. Het heeft veel geld gekost (223 miljoen) en politiek geharrewar, maar uiteindelijk heb je dan wel wat!


Door Arnold Verplancke (tekst en beeld)


De afgelopen week heb ik daar een paar dagen mogen rondlopen en rondkijken en ik ben zeer onder de indruk. Den Haag heeft een geweldige sprong vooruit gemaakt op cultuurgebied met deze benijdenswaardige voorziening. Het reusachtige gebouw telt zes verdiepingen, heeft een vloeroppervlak van 54.000 vierkante meter; dat staat gelijk aan minstens zeven voetbalvelden. Het huisvest het Residentie Orkest, het Nederlands Danstheater (NDT) en het Koninklijk Conservatorium en daarmee vervangt Amare ook de Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater.


 

De grote concertzaal met haar heldere akoestiek en zachtgroene interieur.


Los hangend

In het gebouw zijn vijf professionele zalen te vinden. Een concertzaal met 1500 zitplaatsen, waarin de hand van Jo Coenen nog duidelijk te herkennen is, ook ontwerper van de (kleinere) Tilburgse concertzaal. Een repetitiezaal voor het Residentie Orkest met 200 zitplaatsen voor kijkers. De theaterzaal van het Nederlands Dans Theater met 1300 stoelen. Een aparte repetitiezaal voor het NDT waar alleen incidenteel bezoekers toegang hebben. En ook nog een zaal voor het Koninklijk Conservatorium met 600 zitplaatsen. Alle grote zalen hangen als het ware los in het gebouw, om elke vorm van geluidshinder te voorkomen.

De drie bovenste verdiepingen zijn compleet voor conservatorium en dansopleiding, die niet alleen talentvolle en hardwerkende studenten tot het hoogst mogelijke niveau brengen, maar ook kinderen op basisschoolleeftijd toelaten om ze naast het normale onderwijsprogramma al jong voor te bereiden op de veeleisende muziek- en balletstudies. Die verdiepingen met talloze kleinere oefenruimtes en kleedkamers zijn niet voor het publiek toegankelijk. De onderste verdiepingen wel. Daar liggen ook een stadskantine en op de begane grond een ruime brasserie met terras.

 

Cultuurreis

Mijn geslaagde kennismaking met Amare vormt een onderdeel van een cultuurreisje naar Den Haag van de gespecialiseerde reisorganisatie Musico, waarmee ik de afgelopen jaren meerdere interessante reizen heb kunnen maken, dit keer weer onder leiding van (altviolist) Wouter Schmidt. Natuurlijk staat er dan in de nieuwe zaal een concert van het Residentie Orkest op het programma, maar daar kan iedereen een kaartje voor kopen om zelf de heldere akoestiek te beluisteren en bewonderen. Interessante extraatjes zijn bijvoorbeeld een repetitie van dat grote symfonieorkest in zijn speciale oefenzaal en ook een les aan conservatoriumleerlingen. In dit geval gegeven door Roger Regter, hoofdvakdocent cello en tevens eerste cellist van het Residentie Orkest.


 

Het Residentie Orkest in zijn nieuwe repetitieruimte. Helemaal vooraan in het  midden de Russische pianist die invalt, de Duitse dirigent en concertmeester Wouter Vossen.


Veeleisend

Zowel de repetitie van het hele orkest als de cellolessen blijken erg leerzaam voor een liefhebber van muziek. Pas dan krijg je een idee hoe veeleisend het leven van een orkestmusicus is en ook dat van een student die een plaats in een orkest ambieert. Studeren, oefenen en werken: kort samengevat hun leven dag in dag uit.

 

Op donderdagochtend woon ik een repetitie bij van het orkest. Op de lessenaars om te beginnen het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov. Dirigent Jun Märkl laat het orkest een flink stuk van het eerste deel spelen. Klink goed, denk je dan. Zeker met pianist Denis Kozhukhin (1986) die een dag eerder is ingevlogen uit Lausanne om een ziek geworden collega als solist te vervangen. Hij heeft gisteren even met de dirigent gesproken en repeteert nu voor het eerst met het orkest! Morgenavond komt het grote publiek er al bij.

 

Weer opnieuw en weer

De dirigent heeft zorgvuldig geluisterd naar het orkest en blijkt - voor mij onverwacht - heel wat op- en aanmerkingen te hebben. Vanaf die maat moeten ze opnieuw spelen. Gehoorzaam volgt het orkest zijn aanwijzingen. De solist laat zijn razendsnelle vingers opnieuw over de toetsen gaan tot de dirigent de hand heft: stoppen. Weer een paar maten opnieuw. En weer. Iedereen volgt geduldig en professioneel de instructies. En daadwerkelijk gaat het werk strakker klinken, puntiger, spannender met andere accenten. Wat interessant die ontwikkeling te constateren!


 

De blazers en het slagwerk van het orkest hebben ook alle ruimte in het nieuwe oefenlokaal.


Als Rachmaninov na een paar uur goed doorgespeeld is, althans in afwachting van de generale de andere ochtend, voegt een ongeveer twintigjarige vrouw zich een beetje onopvallend achter de dirigent. Wat blijkt? Het Residentieorkest geeft vrijdags jonge componisten die nog in opleiding zijn, de kans een eigen gloednieuw werk van ongeveer één minuut voor het publiek te laten uitvoeren. Nu is het de beurt aan de Ierse Rose Connolly (2000) met haar Slow Moving Clouds. Een impressie die ze ontleent aan de vliegreizen tussen haar geboorteland en Nederland. Ook dat werk dirigeert Jun Märkl uiterst zorgvuldig met de nodige correcties.

 

Hiërarchie

De hiërarchie in een orkest is heel streng. Gewone orkestleden zullen niet gauw rechtstreeks vragen stellen aan een dirigent, zeker niet aan een gerenommeerde buitenlander. Vragen gaan dan via de concertmeester (1e violist) of de aanvoerder van de orkestsectie waarvan de musici deel uitmaken. Wouter Vossen (uit Berkel-Enschot) is overigens hier de concertmeester, een functie die hij lang geleden ook bij het Brabants Orkest had.

 

Tijdens deze gloednieuwe compositie wil de paukenist weten of hij een bepaald deel ‘tremolo’ moet blijven spelen. De van oorsprong Duitse dirigent wendt zich tot de jonge componiste en krijgt als antwoord een duidelijk  ‘ja’. Iedereen tevreden.

 

Later in een gesprekje voor de lunch vertelt  Jun Märkl dat hij het een prima idee van conservatorium en orkest vindt om compositieleerlingen de kans te geven een kort werk te schrijven en dat professioneel te laten uitvoeren door het orkest. Hij heeft het concept in andere landen gelanceerd, maar er wel  eerlijk bij verteld dat het een ‘Dutch’ idee is. Märkl ontpopt zich als een aimabele man, die liefst in zijn eigen camper blijkt rond te trekken van orkest naar orkest waar hij aan verbonden is.


 

De Franse masterstudente Lola en haar leermeester.


Masterleerlingen

In een grote oefenruimte van het conservatorium ontvangt docent en cellist Roger Regter eind van de middag een Franse masterstudente, Lola geheten. Zij moet binnenkort bij een orkest vóór spelen om wellicht in aanmerking te komen voor een plaats, maar het daarbij opnemen tegen talloze andere gegadigden. Een selectiecommissie gaat dan kritisch luisteren zonder de kandidaten te kunnen zien. Om zich voor te bereiden, neemt ze met haar docent nu een aantal stukken door die wellicht worden gevraagd: belangrijke cellopartijen uit grote werken van uiteenlopende componisten, van Bruckner tot Mozart. Partijen die vaak zijn geschreven voor een hele cellosectie, maar die nu door de kandidaat eenzaam moeten worden vertolkt. Geen noot, geen enkel tempo, geen accent mag verkeerd klinken of je bent afgebrand.

 

De Franse studente luistert aandachtig naar de aanwijzingen, brengt ze ook ogenblikkelijk in praktijk. Ze speelt een paar maten opnieuw en weer opnieuw en dan weer een volgend stuk met nieuwe moeilijkheden. Soms gaat docent Roger naast haar zitten en spelen ze samen om haar het juiste gevoel te geven. Dan weer adviseert hij haar over de strijkstok, de vingerzettingen, de streek die juist langer of korter moet, sneller of langzamer.          

 

 


Invallen

Morgenavond zal ze trouwens mogen invallen in het Residentie Orkest tijdens het bijna uitverkochte concert. Van de acht cellisten van het orkest hebben zich namelijk drie ziek gemeld, dus het heeft vervangers nodig. Vergevorderde studenten krijgen dan soms de kans mee te spelen. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het orkest geholpen en de student praktijkervaring.

 

Na de Franse Lola schuift de Spaanse Carmen aan voor haar individuele les van Roger. Nieuwe vragen en problemen en nieuwe antwoorden en adviezen. Veel geduld en grote concentratie.

 

Die inzet en inspanning kunnen natuurlijk alleen maar als je veel liefde voelt voor het vak en voor de muziek. Amare vloeit over van Amore.


 

Vrijdagochtend: de zaal is klaar voor het concert van die avond. De pianostemmer legt de laatste hand aan de vleugel die veel te verduren krijgt van klavierleeuw Denis Kozkukhin in Rachmaninov 2.


https://www.amare.nl/nl/

 

https://musico.nl/

 

 


maandag 21 maart 2022

Marie-Cécile Moerdijk trad op in Westpoint

 


Marie-Cécile Moerdijk trad op in Westpoint

 

Ze mag dan bijna 93 zijn, maar ze heeft nog niets van haar humor, spitsvondigheid, taalvirtuositeit en uitstraling verloren. Vooral zestigplussers zullen haar kennen: Marie-Cécile Moerdijk, de veelzijdige sopraan die zowel opera-aria’s  zong als volksliedjes in misschien wel veertig verschillende talen. Daarnaast publiceerde ze boeken vol persoonlijke gedichten en prikkelende teksten.



Ze heeft lang in Leende een eigen huistheater gehad, waar busladingen vol Nederlanders uit alle windstreken plezierige uren doorbrachten. Rond 1970 zat ze in het populaire televisieprogramma Zo Vader, Zo Zoon. Nu woont ze al jaren in Mariëngaarde, het ruime Tilburgse pand waar veel oudere kunstenaars en artiesten zich thuis voelen.

 

Op uitnodiging van cabaretier en tekstdichter Bart de Groof en Westpoint-bewoner Arnold Verplancke heeft Marie-Cécile afgelopen zondag voor een groep van twintig genodigden een greep gedaan in haar soms gevoelige dan weer komische gedichten. Ze wisselde die af met herinneringen uit haar rijke leven die ze nog even enthousiast vertelde met gebaren en  grimassen alsof ze een halve eeuw jonger was.

 

Haar bezoek aan de 43ste verdieping van de Tilburgse wolkenkrabber ging overigens niet van een leien dakje. De rolstoeltaxi die nodig was om haar van Mariëngaarde naar Westpoint te brengen, bleek haar niet om de afgesproken 14 uur af te leveren, maar pas vijf kwartier later. Door ongeduld van een chauffeur die niet wilde wachten tot ze met de onmisbare rolstoel door de lange gangen naar buiten kwam en door nog andere misverstanden.


Bart de Groof en Marie-Cécile in Westpoint.
 

Dat betekende dat tekstdichter Bart de Groof, die eigenlijk als ‘sidekick’ naast haar zou optreden, het eerste deel van het programma helemaal alleen voor zijn rekening moest nemen. Als ervaren cabaretier pakte hij die rol enthousiast op, dit tot groot plezier van de aanwezigen uit zowel Westpoint als andere delen van het land. Hij reageerde alert op hen met veel humor en taalgrappen. ‘Woorddansen’, noemde hij het zelf. Tegelijk herinnerde hij het publiek er graag aan dat zijn eerste zaaloptreden in 1984 werd gerecenseerd door degene in wiens appartement ze nu samen waren.

 

Toen na een korte pauze Marie-Cécile zelf arriveerde, luisterde iedereen bijna anderhalf uur geboeid naar haar gedichten en anekdotes; vol bewondering voor zoveel luciditeit en vitaliteit. Haar unieke optreden werd op video vastgelegd door een uit Zuid-Amerika afkomstige filmer, met wie de artieste nog een uitvoerig gesprek hield in het Spaans. En toen iedereen naar huis was en zij weer op de rolstoeltaxi terug wachtte, kwam er echt bij toeval een in Turkije geboren schrijfster langs in Westpoint, Hulya Cigdem, die nietsvermoedend door Marie-Cécile werd getrakteerd op een Turks volksliedje. Samen zongen ze een couplet, maar helaas de taxi wachtte beneden.




 

 

 

 

 

 

 

 

 

donderdag 10 maart 2022

Priester en Fascist

 


Soli Deo biografie over Lutkie


Priester en fascist was hij. Dat staat vast. In een tijd waarin dat laatste overigens nog niet als  scheldwoord klonk. ‘Unne goeie mens’  luidde het oordeel in zijn woonplaats Nuland. Een bewonderaar ook van de Italiaanse dictator Mussolini. Maar een collaborateur met de Duitse bezetter? Over de eigenzinnige Wouter Lutkie  is nu een dikke biografie verschenen. Wil de echte Wouter Lutkie opstaan?

 




- Tekening W. Lutkie door J. Toorop


door Arnold Verplancke        

Hij heeft er twee en een half jaar dag in dag uit aan gewerkt, Willem Huberts (1953). Alle 175.000 items in het Lutkie archief bekeken van het Katholiek Documentatie Centrum. Zes maanden onderzoek in de archieven en twee jaar schrijven. Maar dan heb je ook wat. Soli Deo, een biografie over Wouter Lutkie (1887-1968). Ongeveer 500 pagina’s dik en afgelopen weekend gepresenteerd in Nuland.

 

Veel over Lutkie was natuurlijk al bekend. Hij is geboren in Den Bosch in een niet onbemiddeld gezin.  Na het Canisius College in Nijmegen werkt hij bijna tien jaar als handelsman in het bedrijf van zijn vader. De kunstmatige wereldtaal Esperanto boeit hem bovenmatig. Pas vrij laat krijgt hij een priesterroepingen. Op 25-jarige leeftijd gaat hij naar het kleinseminarie in St.-Michielsgestel en vervolgens het grootseminarie in Haaren. Zijn priesterwijding ontvangt hij in1919 om daarna als simpele kapelaan aan de slag te gaan in het dorp Gemonde. Niets bijzonders in het dan nog rijke Roomsche leven in het hart van Noord-Brabant.

 

Intellectuelen

Wel bijzonder is dat hij niet alleen in zijn naaste omgeving, maar tot ver in Europa hulpbehoevende mensen helpt in de jaren na de Eerste Wereldoorlog en een heel netwerk van intellectuelen in Europa opbouwt. Nu precies honderd jaar geleden vraagt hij aan de toenmalige bisschop mgr. Diepen hem vrij te stellen van het werk als kapelaan en zich te mogen vestigen in Nuland. Daar sticht hij al gauw samen met het echtpaar Ras Soli Deo, een sociaaleconomische leefgemeenschap die zichzelf bedruipt maar ook mensen in de omgeving helpt.  

 

Lutkie schrijft veel, zowel boeken als 35 jaar lang in zijn eigen tijdschrift Aristo. Dat is bekend. Ook dat hij persoonlijk bevriend raakt met  de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini en met hem zelfs zeven maal spreekt op privé-audiënties. Maar Willem Huberts, die zich al veertig jaar bezig houdt met nationaalsocialistische Nederlandse letterkunde en het fascisme, miste, zoals hij zelf zegt, ‘de totale blik op Wouter Lutkie’. Die heeft hij nu geopend in de nieuwe biografie, waarin hij diens leven uitgebreid beschrijft maar vooral ook diens denken.


 


 - W. Lutkie in 1919


Fascisme

Waarom raakt een Brabantse priester zo in de ban van het fascisme? Die vraag beantwoordt Huberts in een uitgebreid intermezzo. Daarvoor springt hij over de twintigste eeuw heen, waarin de term zo beladen is geworden, terug naar de negentiende eeuw. De Franse revolutie heeft dan de Europese samenleving door elkaar gegooid.  Monarchieën omver geworpen, de macht van de kerken ondermijnd, de standenmaatschappij met zijn gilden en beroepsverenigingen afgeschaft. De industrialisatie grijpt razendsnel om zich heen, een fabrieksproletariaat ontstaat, de bevolkingsgroei neemt toe. Naast het liberalisme ontstaan nog nieuwere politieke stromingen als het socialisme, communisme en het anarchisme. Aan de andere kant raken denkers juist bevreesd voor mensenmassa’s die niet langer door tradities en idealen gebonden zijn. Een sterke hand is volgens hen nodig om leiding te geven en de massa te bespelen.

 

Verzoening

Lutkie en velen van zijn generatie schrikken van een nieuwe samenleving waarin mensen tegenover elkaar komen te staan, tegenover andere groepen, standen, partijen. Hij wil juist het tegenovergestelde, een verzoening bereiken. Niet een ongebreidelde vrijheid (égalité, liberté) die tot tegenstellingen leidt, maar een autoritair corporatieve ordening met plichten tot de gemeenschap en een beperkte vrijheid. Het volk regeert niet maar wordt geregeerd. Godsdienst en kerk hebben de hoogste rechten. Lutkie wil dat gezag terugkeert evenals de schone traditie van weleer.

 

Het fascisme bindt in zijn ogen de strijd aan met het liberalisme en het marxisme, twee volgens Lutkie antichristelijke stromingen. Het liberalisme stelt immers met zijn humanisme de mens als hoogste waarde boven God. Het marxisme stelt de haat van de klassenstrijd boven de liefde. De priester Lutkie voelt zich ook gesterkt in zijn  opvattingen door bijvoorbeeld sociale encyclieken als Quadragesimo Anno van paus Pius XI, waarin een sterk staatsgezag noodzakelijk lijkt voor de invoering van een corporatieve ordening.


 

- Tentoongestelde foto’s bij de presentatie in Nuland met o.m. de tekeningen die Jan Toorop maakte van Lutkie en Mussolini.


Corporatisme

In het corporatisme organiseren mensen en organisaties zich aan de hand van hun belangen en beroepsgroepen. Werkgevers en werknemers staan niet tegenover elkaar maar hebben alle twee stemrecht in hun publiekrechtelijke organisaties en kunnen binnen hun groep besluiten dwingend opleggen. Voor Lutkie zijn fascisme en corporatisme identiek en gaan zij vlekkeloos samen met katholicisme. Niet met een democratie natuurlijk, als je daaronder verstaat dat de numerieke meerderheid van het volk de wet bepaalt. Dat noemt hij ‘de afgoderij van het getal’.

 

Van het nationaalsocialisme dat in Duitsland met Hitler op komt, moet hij niets hebben. Hij bestrijdt zowel de beginselen er van, als de Nederlandse NSB en haar leider Anton Mussert. Het Italiaanse fascisme beschouwt  hij fundamenteel anders dan het Duitse nazisme. De Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) zint hem evenmin, hoewel die onder zijn geloofsgenoten toch de meeste aanhang geniet. Veel meer bewondering koestert hij voor het Verdrag van Lateranen dat Mussolini in 1929 sluit met Paus Pius XI, dat het conflict tussen kerk en staat beëindigt en de Heilige Stoel onafhankelijkheid en soevereiniteit verleent. Ook ver na de oorlog blijft Lutkie de jaardag van La Conciliazione op 11 februari vieren op Soli Deo.

 

Antisemitisme

Antisemitisme valt Lutkie wel te verwijten in zijn geschriften door de tijd heen. Huberts schrijft dat hij vermoedelijk als sinds zijn vroegste jeugd vol heeft gezeten van anti-joodse vooroordelen. Het milieu waaruit hij afkomstig is, speelt daarbij waarschijnlijk een rol: “een welgestelde door en door roomse familie die zichzelf graag vergelijkt met de oude aristocratie en waarin een lichte vorm van antisemitisme endemisch is.” Hij citeert ook  Jan Ramakers, dat katholiek Nederland in de jaren 1870-1900 een ijzig antisemitisch klimaat kent en na de eeuwwisseling in zijn relatie tot de joden een duidelijk ambivalent karakter krijgt.  

 


- Bidprentjes voor de R.K. Universiteit Nijmegen die in 1923 werd opgericht.

Achterwaarts

Zeker als je de biografie van Wouter Lutkie doorleest komt een uitspraak van de Deense filosoof Kierkegaard in herinnering: het leven wordt voorwaarts geleefd, maar achterwaarts begrepen. Tegelijk besef je dat je de werkelijkheid geweld aan doet als je de geschiedenis uitsluitend met de opvattingen en kennis van nu beoordeelt. Die alledaagse werkelijkheid zag er tussen de wereldoorlogen heel anders uit dan nu. Het katholicisme was dwingend aanwezig. In Lutkies tijd waren er in Noord-Brabant bijna 700 kloosters, ruim 130 katholieke internaten, ruim 500 parochiekerken, meer dan 100 Lourdesgrotten, 133 kloosterorden en congregaties. Bij alles wat gebeurde, was het katholieke geloof aanwezig. Vrijwel geen school of vereniging deed het zonder de letters RK voor de naam.


 


- Schrijver van de biografie Willem Huberts 

 

Nieuw

Bij de presentatie van zijn biografie noemde Willem Huberts vijf belangrijke nieuwe gegevens uit zijn archiefonderzoek.

Wouter Lutkie wilde in 1923 aan de splinternieuwe Roomsch Katholieke Universiteit Nijmegen filosofie gaan studeren. Zijn toelating was vrijwel rond, maar door een ingreep achter de schermen door zijn bisschop mgr. Diepen, met wie hij een moeizame verhouding had, kreeg hij toch geen toegang.

De leefgemeenschap Soli Deo (Alles voor God) heeft decennia lang al haar landbouwproducten en opbrengsten ten goede laten komen aan de samenleving in Nuland en omgeving.

De stichting Soli Deo heeft ongeveer 6000 mensen in nood geholpen uit heel Nederland, of het nu ging om de dienstplicht, de belastingen, werkloosheid of huisvesting.

Tussen 1940 en 1944 heeft Wouter Lutkie zelf 200 mensen uit Duitse gevangenschap vrij gekregen. Omgerekend elke week wel één. Hij liep als het ware de Sicherheitsdienst in Den Bosch plat. Ook in het grote standaardwerk van Lou de Jong komt dat voor, al heeft die nooit geweten om hoeveel gevangenen het ging.

Na de oorlog heeft de bekende historicus prof. Rogier Lutkie zonder enig bewijs beschuldig van collaboratie tijdens de oorlog met de Duitse bezetter. Ondanks dat Lutkie aantoonde dat er niets van waar was, heeft Rogier zijn beschuldiging nooit herroepen of onderbouwd. Huberts steunt Lutkie op dit punt en noemt Rogier ‘een leugenachtige lasteraar’.


 


- W. Lutkie met op schoot de kleine Agnes van Kalmthout 1923


Het eerste exemplaar van zijn biografie reikte Willem Huberts dit weekend uit aan Jeroen Naaijkens, een ver familielid van Lutkie. Zijn moeder Agnes van Kalmthout was een nichtje van Lutkie. Naaijkens bleek zelf ook nog herinneringen aan zijn heeroom te hebben, bij wie hij als jongeling wel op bezoek was geweest op Soli Deo. De biograaf vertelde dat hij bovendien buitengewoon geholpen was door het archief van de familie Naaijkens.

 

Wereldvreemd

Wil de echte Wouter Lutkie opstaan? Zonder de vraag zo te stellen, beantwoordt Huberts hem wel. Lutkie was niet gek, niet naïef, geen fantast, geen querulant, geen nationaalsocialist en zeker geen collaborateur. Als priester en als mens was hij onbaatzuchtig en oprecht. Hij was een eigenzinnige fascist, een toegankelijke steunpilaar. In bepaald opzicht stond hij buiten de tijd en de samenleving. Een geharnaste idealist en een wereldvreemde wereldverbeteraar ook. In de loop van de vorige eeuw zijn de parlementaire democratie en het algemeen kiesrecht fundamenten geworden van de Nederlandse samenleving, die zich ontwikkelde in een kapitalistisch-liberale richting met een sociale component. Niets voor Lutkie, die alleen kwam te staan, maar wel met de overtuiging dat hij het gelijk aan zijn kant had en de waarheid in pacht.


 


- De ruïne van het huis Soli Deo oktober 2019


Willem Huberts: Soli Deo – Wouter Lutkie (1887-!968). Uitgeverij Boom, 528 blz. incl. fotokaternen. Gebonden editie € 39,90.