donderdag 31 maart 2022

Exposities in Uden van Constant en Mamedov

Het Laatste Avondmaal

verrast in vele gedaanten

 

Het vijfluik 'The Last Supper' van Raoef Mamedov, recent aangekocht door Museum Krona in Uden.


Wat is Pasen zonder de Matthäus Passion van Bach? Museum Krona zal gedacht hebben: en  wat is de Paasweek zonder Het Laatste Avondmaal? In een mooie kleine tentoonstelling laat het Udense museum veel verschillende gezichten zien van deze beroemde voorstelling. Ook door de schilder Constant van wie Krona onbekend maar religieus geïnspireerd werk toont.

 

door Arnold Verplancke

 

‘Mensen raken soms echt ontroerd als ze naar dit werk kijken,’ vertelt conservator Wouter Prins. Hij doelt op het grote vijfluik van de Russische cineast en fotograaf Raoef Mamedov die in 1998 mensen met een downsyndroom heeft laten poseren als Jezus en zijn apostelen. Mamedov modelleert hen zo goed mogelijk naar het meest beroemde Laatste Avondmaal uit de kunstgeschiedenis: dat van Leonardo da Vinci uit 1498. Met behulp van computertechniek groepeert hij ze ook achter een heel brede tafel.

 

Opvallend: Jezus zit helemaal alleen op het middelste doek nadat hij heeft gezegd dat een van de twaalf hem zal verraden, nog eenzamer dan 500 jaar geleden bij Da Vinci. Consternatie aan tafel. Judas heeft nog net zichtbaar de geldbuidel in zijn hand. Een wijnglas stoot hij om. Petrus grijpt al een mes en zegt iets tegen Johannes, bekend als de geliefde leerling van de meester. Voor die rol laat Mamedov een jonge vrouw poseren. Wie goed kijkt, ziet dat dezelfde ‘acteur’ Jezus en Judas speelt. Moderne techniek biedt wonderlijke mogelijkheden.

 

Kwetsbaar

Waarom emotioneert dit fotoproject mensen? Vanwege de ogenschijnlijke kwetsbaarheid van acteurs met een downsyndroom? Omdat ze zich zo in hun rollen lijken in te leven? Wellicht omdat de zo overbekende afbeelding opnieuw gaat leven en we zien hoe naïef  deze discipelen nog aan tafel zitten, niets vermoedend van het onheil dat zich een dag later zal voltrekken.

 

In Rusland werd de maker aanvankelijk van blasfemie beschuldigd en moest hij onderduiken. Later groeide de waardering wel. Hij zou begin maart zelf aanwezig zijn bij de opening van de tentoonstelling in Uden, maar hij zat vast: gearresteerd omdat hij tegen de oorlog in Oekraïne demonstreerde. Daarna ging bovendien het luchtruim dicht. Hij wacht nu op zijn veroordeling.

 

Dat iedereen bij het laatste avondmaal denkt aan een heel brede tafel, ongemakkelijk met dertien personen aan één kant, komt door het overbekende werk van Leonardo da Vinci. Het originele fresco  is te zien in Milaan. Een beroemde kopie nog uit de tijd van Da Vinci zelf, op doek geschilderd, is in het bezit van de Norbertijnenabdij van Tongerlo (België).  Een grote print van dat werk siert in Uden de Refter, het museumcafé.

 

           Laatste Avondmaal van Frans Verhaak uit 1960.


In de abdijvleugel van Krona kunnen bezoekers zien dat er wel degelijk kunstwerken bestaan die Jezus en zijn twaalf volgelingen groeperen gezamenlijk rond een tafel en niet er achter. Bijvoorbeeld een eikenhouten beeld uit 1520, maar ook recenter door de Bredase kunstenaar Frans Verhaak een gipsen reliëf uit 1960.

 

                Crack L.A. nr II van Marc Mulders uit 1989.


Opvallend is ook het werk dat Tilburgse schilder Marc Mulders in 1989 maakte, tevens een van de eerste aankopen van moderne kunst door Krona. Het heet Crack L.A. nr II. Het toont weer een brede tafel die doet denken aan Da Vinci, maar zonder mensen, brood of wijn. Daarboven hangt een grote vleeswand, wellicht als een vingerwijzing naar de mysteries die zich afspelen. Niet alleen het woord is vlees geworden, maar bij het breken van het brood zijn ook de woorden uitgesproken ‘Dit is mijn lichaam’.

Niet ver daar vandaan hangt een klein schilderij van Reinoud van Vught uit Goirle: uit de witte verfhuid dringt een bloedrood kruis heen.

 

        De Emmaüsgangers van Constant, jeugdwerk uit 1936.


Constant

Enkele zalen in de abdijvleugel zijn ingericht met werken van Constant Nieuwenhuys (1920-2005). Een naam die je niet snel verwacht in een museum voor religieuze kunst, zoals Krona vroeger heette. Constant is immers vooral bekend als een van de grondleggers van de experimentele Cobra beweging en van zijn architectonische project New Babylon. Dat de aanvankelijk katholiek opgevoede Constant in zijn jonge jaren inspiratie vond in het geloof, weten maar weinigen. Zelfs na de communistische naoorlogse jaren, van politiek engagement en verzet, blijkt hij in zijn latere leven weer terug te grijpen op bijbelse thema’s.


Sommige van zijn werken zijn nooit eerder te zien geweest, zoals het schilderij van de Emmaüsgangers en de intieme Piëta (krijt op papier), die hij op zestienjarige leeftijd maakte. In het eerste werk heeft Jezus het brood in de hand en staat een glas wijn op tafel. De ene reisgenoot zit tegenover hem en kijkt hem met verbijstering aan, als Jezus zich bekend maakt. De andere houdt zijn vlakke hand omhoog als een teken van eerbied. Een opmerkelijk sterke compositie.

 

Interieur Willibrorduskerk Amsterdam uit 1936 van Constant. 


In de Hongerwinter van 1944, toen alles schaars was en het doek dus ook, schilderde Constant het Interieur van de Willibrorduskerk uit Amsterdam. De zwart geklede kerkgangers staan in een onmetelijk hoge sombere ruimte, alsof het mysterie dat zich voltrekt de menselijke maat te boven gaat. Helemaal vooraan en opzettelijk minder goed zichtbaar voltrekt de priester het eeuwige ritueel; geschilderd in opvallend roze-oranje tinten die in later werk van Constant vaker zullen opduiken.

 

            Die Beschneidung Christi van Constant uit 1975.


Een merkwaardig werk is Die Beschneidung Christi – nach Joerg Ratgeb uit 1975. Het beeldt de besnijdenis van het jongetje Jezus uit, maar het ventje is zelf nauwelijks ingevuld. De  joden wel die de ingreep verrichten. Het scherpe mesje lijkt door lichtinval op te flikkeren.


 

                    La Samaritaine van Constant uit 1984.


Aan de parabel van de barmhartige Samaritaan geeft Constant een interessante draai. Het schilderij uit 1984 heet La Samaritaine en laat zien dat de beroofde en gewonde reiziger niet door een man uit Samaria, maar door een vrouw wordt verzorgd en geholpen. Rechts verschuilt een man zich achter een halfgebogen wand. Waarschijnlijk een van de passanten die zich niet bekommerde om zijn medemens. Of  iemand die straks kwaad gaat spreken over een vrouw die zich zomaar buigt over een onbekend manspersoon. Waarbij het tafereel dan associaties oproept met de onschuldige Suzanna uit het bijbelboek Daniël, althans in de katholieke versie.

 

                 L’Ultima Cena ets uit 1980 van Constant.


Ook Constant blijkt zich te hebben laten inspireren door het Laatste Avondmaal, bij hem L’Ultima Cena geheten.  Krona laat zowel een schilderij uit 1979 als een ets uit 1980 zien met deze titel. Daarmee sluiten de zaaltjes met werk van deze Nederlandse schilder natuurlijk mooi aan bij het fotoproject van Mamedov. Alleen gaat het bij Constant wel om een grillige bijeenkomst. Het lijkt een soort feest, rechts is nog een gitarist te zien. Maar alle gasten aan de linkerkant wenden zich af van de witte hoofdpersonen in het midden en hun tafelgenoten. Strak en onbewegelijk staat op de voorgrond een soort dienaar met een blad, maar zijn niet-menselijke hoofd werkt extra vervreemdend. Het feest lijkt uit te lopen op een ramp die zich gaat voltrekken.


Klein maar fijn geldt voor deze dubbeltentoonstelling van Mamedov en Constant in Krona Uden. Daar nog te zien tot en met 22 mei.


https://www.museumkrona.nl/nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/laatste-avondmaal-mamedov

 

https://www.museumkrona.nl/nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/constant

 

zondag 27 maart 2022

Nieuwe Amare in Den Haag blijkt grootse verrassing

 

Cultuurliefhebben nabij de zee

 

Zijn het bomen die tot in de hemel groeien? Of beelden ze reusachtige stemvorken uit? In ieder geval versieren lange pijlers de buitengevels van het splinternieuwe grote gebouw,  midden in Den Haag, en tillen ze de hele constructie van Amare. Wat de naam betekent? Hij doet  vooral denken aan de nabijgelegen zee (a mare) en ook aan liefhebben. Die liefde zullen vooral de cultuurminnaars voelen, die in dit  prachtige muziekpand een geweldig aanbod vinden. Het heeft veel geld gekost (223 miljoen) en politiek geharrewar, maar uiteindelijk heb je dan wel wat!


Door Arnold Verplancke (tekst en beeld)


De afgelopen week heb ik daar een paar dagen mogen rondlopen en rondkijken en ik ben zeer onder de indruk. Den Haag heeft een geweldige sprong vooruit gemaakt op cultuurgebied met deze benijdenswaardige voorziening. Het reusachtige gebouw telt zes verdiepingen, heeft een vloeroppervlak van 54.000 vierkante meter; dat staat gelijk aan minstens zeven voetbalvelden. Het huisvest het Residentie Orkest, het Nederlands Danstheater (NDT) en het Koninklijk Conservatorium en daarmee vervangt Amare ook de Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater.


 

De grote concertzaal met haar heldere akoestiek en zachtgroene interieur.


Los hangend

In het gebouw zijn vijf professionele zalen te vinden. Een concertzaal met 1500 zitplaatsen, waarin de hand van Jo Coenen nog duidelijk te herkennen is, ook ontwerper van de (kleinere) Tilburgse concertzaal. Een repetitiezaal voor het Residentie Orkest met 200 zitplaatsen voor kijkers. De theaterzaal van het Nederlands Dans Theater met 1300 stoelen. Een aparte repetitiezaal voor het NDT waar alleen incidenteel bezoekers toegang hebben. En ook nog een zaal voor het Koninklijk Conservatorium met 600 zitplaatsen. Alle grote zalen hangen als het ware los in het gebouw, om elke vorm van geluidshinder te voorkomen.

De drie bovenste verdiepingen zijn compleet voor conservatorium en dansopleiding, die niet alleen talentvolle en hardwerkende studenten tot het hoogst mogelijke niveau brengen, maar ook kinderen op basisschoolleeftijd toelaten om ze naast het normale onderwijsprogramma al jong voor te bereiden op de veeleisende muziek- en balletstudies. Die verdiepingen met talloze kleinere oefenruimtes en kleedkamers zijn niet voor het publiek toegankelijk. De onderste verdiepingen wel. Daar liggen ook een stadskantine en op de begane grond een ruime brasserie met terras.

 

Cultuurreis

Mijn geslaagde kennismaking met Amare vormt een onderdeel van een cultuurreisje naar Den Haag van de gespecialiseerde reisorganisatie Musico, waarmee ik de afgelopen jaren meerdere interessante reizen heb kunnen maken, dit keer weer onder leiding van (altviolist) Wouter Schmidt. Natuurlijk staat er dan in de nieuwe zaal een concert van het Residentie Orkest op het programma, maar daar kan iedereen een kaartje voor kopen om zelf de heldere akoestiek te beluisteren en bewonderen. Interessante extraatjes zijn bijvoorbeeld een repetitie van dat grote symfonieorkest in zijn speciale oefenzaal en ook een les aan conservatoriumleerlingen. In dit geval gegeven door Roger Regter, hoofdvakdocent cello en tevens eerste cellist van het Residentie Orkest.


 

Het Residentie Orkest in zijn nieuwe repetitieruimte. Helemaal vooraan in het  midden de Russische pianist die invalt, de Duitse dirigent en concertmeester Wouter Vossen.


Veeleisend

Zowel de repetitie van het hele orkest als de cellolessen blijken erg leerzaam voor een liefhebber van muziek. Pas dan krijg je een idee hoe veeleisend het leven van een orkestmusicus is en ook dat van een student die een plaats in een orkest ambieert. Studeren, oefenen en werken: kort samengevat hun leven dag in dag uit.

 

Op donderdagochtend woon ik een repetitie bij van het orkest. Op de lessenaars om te beginnen het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov. Dirigent Jun Märkl laat het orkest een flink stuk van het eerste deel spelen. Klink goed, denk je dan. Zeker met pianist Denis Kozhukhin (1986) die een dag eerder is ingevlogen uit Lausanne om een ziek geworden collega als solist te vervangen. Hij heeft gisteren even met de dirigent gesproken en repeteert nu voor het eerst met het orkest! Morgenavond komt het grote publiek er al bij.

 

Weer opnieuw en weer

De dirigent heeft zorgvuldig geluisterd naar het orkest en blijkt - voor mij onverwacht - heel wat op- en aanmerkingen te hebben. Vanaf die maat moeten ze opnieuw spelen. Gehoorzaam volgt het orkest zijn aanwijzingen. De solist laat zijn razendsnelle vingers opnieuw over de toetsen gaan tot de dirigent de hand heft: stoppen. Weer een paar maten opnieuw. En weer. Iedereen volgt geduldig en professioneel de instructies. En daadwerkelijk gaat het werk strakker klinken, puntiger, spannender met andere accenten. Wat interessant die ontwikkeling te constateren!


 

De blazers en het slagwerk van het orkest hebben ook alle ruimte in het nieuwe oefenlokaal.


Als Rachmaninov na een paar uur goed doorgespeeld is, althans in afwachting van de generale de andere ochtend, voegt een ongeveer twintigjarige vrouw zich een beetje onopvallend achter de dirigent. Wat blijkt? Het Residentieorkest geeft vrijdags jonge componisten die nog in opleiding zijn, de kans een eigen gloednieuw werk van ongeveer één minuut voor het publiek te laten uitvoeren. Nu is het de beurt aan de Ierse Rose Connolly (2000) met haar Slow Moving Clouds. Een impressie die ze ontleent aan de vliegreizen tussen haar geboorteland en Nederland. Ook dat werk dirigeert Jun Märkl uiterst zorgvuldig met de nodige correcties.

 

Hiërarchie

De hiërarchie in een orkest is heel streng. Gewone orkestleden zullen niet gauw rechtstreeks vragen stellen aan een dirigent, zeker niet aan een gerenommeerde buitenlander. Vragen gaan dan via de concertmeester (1e violist) of de aanvoerder van de orkestsectie waarvan de musici deel uitmaken. Wouter Vossen (uit Berkel-Enschot) is overigens hier de concertmeester, een functie die hij lang geleden ook bij het Brabants Orkest had.

 

Tijdens deze gloednieuwe compositie wil de paukenist weten of hij een bepaald deel ‘tremolo’ moet blijven spelen. De van oorsprong Duitse dirigent wendt zich tot de jonge componiste en krijgt als antwoord een duidelijk  ‘ja’. Iedereen tevreden.

 

Later in een gesprekje voor de lunch vertelt  Jun Märkl dat hij het een prima idee van conservatorium en orkest vindt om compositieleerlingen de kans te geven een kort werk te schrijven en dat professioneel te laten uitvoeren door het orkest. Hij heeft het concept in andere landen gelanceerd, maar er wel  eerlijk bij verteld dat het een ‘Dutch’ idee is. Märkl ontpopt zich als een aimabele man, die liefst in zijn eigen camper blijkt rond te trekken van orkest naar orkest waar hij aan verbonden is.


 

De Franse masterstudente Lola en haar leermeester.


Masterleerlingen

In een grote oefenruimte van het conservatorium ontvangt docent en cellist Roger Regter eind van de middag een Franse masterstudente, Lola geheten. Zij moet binnenkort bij een orkest vóór spelen om wellicht in aanmerking te komen voor een plaats, maar het daarbij opnemen tegen talloze andere gegadigden. Een selectiecommissie gaat dan kritisch luisteren zonder de kandidaten te kunnen zien. Om zich voor te bereiden, neemt ze met haar docent nu een aantal stukken door die wellicht worden gevraagd: belangrijke cellopartijen uit grote werken van uiteenlopende componisten, van Bruckner tot Mozart. Partijen die vaak zijn geschreven voor een hele cellosectie, maar die nu door de kandidaat eenzaam moeten worden vertolkt. Geen noot, geen enkel tempo, geen accent mag verkeerd klinken of je bent afgebrand.

 

De Franse studente luistert aandachtig naar de aanwijzingen, brengt ze ook ogenblikkelijk in praktijk. Ze speelt een paar maten opnieuw en weer opnieuw en dan weer een volgend stuk met nieuwe moeilijkheden. Soms gaat docent Roger naast haar zitten en spelen ze samen om haar het juiste gevoel te geven. Dan weer adviseert hij haar over de strijkstok, de vingerzettingen, de streek die juist langer of korter moet, sneller of langzamer.          

 

 


Invallen

Morgenavond zal ze trouwens mogen invallen in het Residentie Orkest tijdens het bijna uitverkochte concert. Van de acht cellisten van het orkest hebben zich namelijk drie ziek gemeld, dus het heeft vervangers nodig. Vergevorderde studenten krijgen dan soms de kans mee te spelen. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het orkest geholpen en de student praktijkervaring.

 

Na de Franse Lola schuift de Spaanse Carmen aan voor haar individuele les van Roger. Nieuwe vragen en problemen en nieuwe antwoorden en adviezen. Veel geduld en grote concentratie.

 

Die inzet en inspanning kunnen natuurlijk alleen maar als je veel liefde voelt voor het vak en voor de muziek. Amare vloeit over van Amore.


 

Vrijdagochtend: de zaal is klaar voor het concert van die avond. De pianostemmer legt de laatste hand aan de vleugel die veel te verduren krijgt van klavierleeuw Denis Kozkukhin in Rachmaninov 2.


https://www.amare.nl/nl/

 

https://musico.nl/

 

 


maandag 21 maart 2022

Marie-Cécile Moerdijk trad op in Westpoint

 


Marie-Cécile Moerdijk trad op in Westpoint

 

Ze mag dan bijna 93 zijn, maar ze heeft nog niets van haar humor, spitsvondigheid, taalvirtuositeit en uitstraling verloren. Vooral zestigplussers zullen haar kennen: Marie-Cécile Moerdijk, de veelzijdige sopraan die zowel opera-aria’s  zong als volksliedjes in misschien wel veertig verschillende talen. Daarnaast publiceerde ze boeken vol persoonlijke gedichten en prikkelende teksten.



Ze heeft lang in Leende een eigen huistheater gehad, waar busladingen vol Nederlanders uit alle windstreken plezierige uren doorbrachten. Rond 1970 zat ze in het populaire televisieprogramma Zo Vader, Zo Zoon. Nu woont ze al jaren in Mariëngaarde, het ruime Tilburgse pand waar veel oudere kunstenaars en artiesten zich thuis voelen.

 

Op uitnodiging van cabaretier en tekstdichter Bart de Groof en Westpoint-bewoner Arnold Verplancke heeft Marie-Cécile afgelopen zondag voor een groep van twintig genodigden een greep gedaan in haar soms gevoelige dan weer komische gedichten. Ze wisselde die af met herinneringen uit haar rijke leven die ze nog even enthousiast vertelde met gebaren en  grimassen alsof ze een halve eeuw jonger was.

 

Haar bezoek aan de 43ste verdieping van de Tilburgse wolkenkrabber ging overigens niet van een leien dakje. De rolstoeltaxi die nodig was om haar van Mariëngaarde naar Westpoint te brengen, bleek haar niet om de afgesproken 14 uur af te leveren, maar pas vijf kwartier later. Door ongeduld van een chauffeur die niet wilde wachten tot ze met de onmisbare rolstoel door de lange gangen naar buiten kwam en door nog andere misverstanden.


Bart de Groof en Marie-Cécile in Westpoint.
 

Dat betekende dat tekstdichter Bart de Groof, die eigenlijk als ‘sidekick’ naast haar zou optreden, het eerste deel van het programma helemaal alleen voor zijn rekening moest nemen. Als ervaren cabaretier pakte hij die rol enthousiast op, dit tot groot plezier van de aanwezigen uit zowel Westpoint als andere delen van het land. Hij reageerde alert op hen met veel humor en taalgrappen. ‘Woorddansen’, noemde hij het zelf. Tegelijk herinnerde hij het publiek er graag aan dat zijn eerste zaaloptreden in 1984 werd gerecenseerd door degene in wiens appartement ze nu samen waren.

 

Toen na een korte pauze Marie-Cécile zelf arriveerde, luisterde iedereen bijna anderhalf uur geboeid naar haar gedichten en anekdotes; vol bewondering voor zoveel luciditeit en vitaliteit. Haar unieke optreden werd op video vastgelegd door een uit Zuid-Amerika afkomstige filmer, met wie de artieste nog een uitvoerig gesprek hield in het Spaans. En toen iedereen naar huis was en zij weer op de rolstoeltaxi terug wachtte, kwam er echt bij toeval een in Turkije geboren schrijfster langs in Westpoint, Hulya Cigdem, die nietsvermoedend door Marie-Cécile werd getrakteerd op een Turks volksliedje. Samen zongen ze een couplet, maar helaas de taxi wachtte beneden.




 

 

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 26 februari 2022

Carnavalszaterdag in oorlogstijd

 



Het zonnetje schijnt door de nog kale bomen. Een middagwandeling door De Warande in Tilburg doet heerlijk fris aan.  De lente moet nog aanbreken, maar de vogels fluiten er al lustig op los. In Oekraïne gieren kruisraketten door de lucht. Op straat liggen daar lijken. Onvoorstelbaar als je hier vredig voortstapt over de boomwortels. Zo ver weg en zo dichtbij.

 

door Arnold Verplancke

Door de bomen klinkt plotseling blaasmuziek. Een simpele tweekwartsmaat, maar geen marsmuziek. Het doet me niettemin even denken aan een militaire kapel, die mee marcheert in een parade. Dat zal wel komen door de oorlogsbeelden die ik de afgelopen dagen gekluisterd aan de tv heb gezien via BBC en CNN.

 

Toen ik jong was, werd Bevrijdingsdag nog gevierd met een militaire parade. Ik herinner me als kleine jongen met bewondering te hebben gekeken naar al die soldaten van landmacht, luchtmacht en marine in hun uniformen, de wapens over de schouders. Het zal misschien 5 mei 1950 zijn geweest, in mijn geboorteplaats Leiden, waar ze over het Levendaal marcheerden. 

 

Parade

Jongere generaties geloven dat niet meer: feest vieren met een militaire parade. Maar ik kan het nog sterker vertellen. Ook tijdens het jaarlijkse 3 oktoberfeest, als Leiden herdenkt dat het stand heeft gehouden tegen het Spaanse leger in 1574, reed in 1964 nog een heel militair konvooi mee in de grote optocht, inclusief een raket van de luchtverdediging. Dat blijkt uit een foto in het Leidsch Dagblad van dat jaar, dus bijna twintig jaar na de oorlog.


 

Militair konvooi in de feestelijke optocht van 1964. Foto HVOL.

Dat is trouwens het jaar dat ik de Koninklijke Luchtmacht verliet met groot verlof, zoals dat heet. Niet dat ik zo’n puike militair was. Integendeel misschien, want ik heb nog tien dagen verzwaard arrest gekregen omdat ik tijdens een kamerinspectie de UZI pistoolmitrailleur in mijn kledingkast niet bleek te hebben onderhouden. Je kon nauwelijks meer door de loop kijken van het stof. De Russen bleven gelukkig weg en mijn verzwaard arrest bleek alleen kamerarrest te zijn. Ik mocht overdag gewoon mijn werk doen op de verkeerstoren van Ypenburg. Maar toen was al duidelijk dat mijn militaire carrière geen hoge vlucht zou nemen.

 


Arnold in de verkeerstoren van Ypenburg 1964.

NAVO

Nederland was in de jaren zestig natuurlijk al lid van de NAVO. Gelukkig wel. Daar kunnen ze in Oekraïne alleen maar jaloers op zijn. Door de Russische inval bezinnen nu zelfs neutrale landen als Zweden en Finland zich op een eventuele toetreding tot het defensieve bondgenootschap.


 

Terug naar mijn winterse wandeling in de Warande. Nee de blaasmuziek had natuurlijk niets te maken met een militaire kapel, laat staan met Oekraïne, maar wel met het carnaval. De Tilburgse prins Frans-Jan d’n Irste bleek met zijn gevolg en hoempa orkest neergestreken bij Auberge du Bonheur, waar kort na het  middaguur de bladen vol mooi getapte glazen bier al rondgingen. Carnavalszaterdag in oorlogstijd. Honderdduizenden mensen op de vlucht en hier heerst de vrolijkheid.


 

Vrede

Wat wil ik daar nou mee zeggen? Heb ik er iets op tegen dat ze carnaval vieren? Welnee, helemaal niet juist. Heerlijk dat ze in alle vrijheid kunnen lachen en zingen. Dat ze kunnen genieten van de vrede die wij kennen. Dat er generaties zijn opgegroeid in ons land, die niet anders weten.

Maar af en toe is het goed te beseffen dat vrede niet gratis is. Dat ze inspanning en onderhoud vergt. Een week geleden zou niemand in de miljoenenstad Kiev hebben verwacht nu opgepropt in een schuilkelder te zitten, met de auto in een lange file het land uit te vluchten, of nog erger door de Russen beschoten te worden.

 

https://www.brabantcultureel.nl/2022/01/25/bach-oekraine-en-het-titanic-gevoel/

https://www.brabantcultureel.nl/2022/02/28/carnavalszaterdag-in-oorlogstijd/


 



 

 

 

 

vrijdag 18 februari 2022

Mijn appartement beweegt


Je voelt de storm en je hoort het fluiten van de wind. In woontoren Westpoint in Tilburg beleven bewoners deze vrijdag een bijzondere middag. Het is één van de hoogste woontorens van Nederland. Arnold Verplancke woont op de 43e etage; 128 meter hoog. Hij laat ons zien en horen hoe hij storm Eunice beleeft.

Kijk en luister naar:

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/4042996/de-storm-op-grote-hoogte-bewoners-van-westpoint-bewegen-mee-met-de-wind


dinsdag 8 februari 2022

Museum Leuven

 

De kijker kiest mee voor de tentoonstelling

 

Altijd leuk en  verrassend om te zien welke werken museumbezoekers zelf uitkiezen als ze mogen meebeslissen. Buitenstaanders krijgen wel vaker invloed op een tentoonstelling. Prinses Beatrix heeft ooit  een hele expositie samengesteld in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Ook andere bekende Nederlanders mogen soms rondstruinen in de grote depots. Maar het Museum in Leuven geeft elke twee jaar gewone geïnteresseerden een kans.

door Arnold Verplancke

Uit de museumbezoekers die mee wilden doen aan de presentatie van De Tien voor 2021-2023 heeft het museum tien kandidaten gekozen van verschillende generaties. Deze proefkonijnen zoals ze werden genoemd, maakten eerst digitaal kennis met dertig uiteenlopende kunstwerken uit de brede collectie van het museum, van heel oud tot zeer eigentijds. In een spelvorm konden ze vervolgens telkens enkele af laten vallen. Tegelijk kregen ze meer achtergrondinformatie over de stukken. Door de coronabeperkingen moest dat allemaal digitaal gebeuren. Pas in een later stadium kwamen ze oog in oog met de echte kunstwerken. Uiteindelijk bleven er tien over die nu in een aparte ruimte staan opgesteld.

Richard Long

Om ze te zien moet u wel naar Vlaams Brabant reizen, maar de mooie stad Leuven heeft daarvoor genoeg te bieden. Ook het museum zelf trouwens: van fraaie  19e eeuwse salons tot een tijdelijke expositie van Richard Long (1945). Van hem zijn enkele grote werken te zien met zorgvuldig gegroepeerde grote keien uit de natuur of houtblokken. Ze verwijzen naar de landschappen die hij op al zijn lange wandelingen tegenkomt. Op verschillende wanden heeft hij eigenhandig met modder grote afbeeldingen gemaakt, waarvan de opgedroogde grondstof soms nog lijkt af te druipen. 

Deze werken zijn echt tijdelijk: na de expositie zullen ze voorgoed verdwijnen. Bezoekers van De Pont in Tilburg kennen zijn werk waarschijnlijk wel. Het is er vanaf de opening in 1992 regelmatig te zien: de grote witte cirkel van kalksteen bijvoorbeeld en het lange zwarte kolenpad.

Altaardoek

Terug naar De Tien. Kiezen de oudere proefkonijnen voor ouder werk en de jonge voor eigentijds? Neen, integendeel zelfs. De jongste Lila (2004) heeft zich sterk gemaakt voor het oudste werk: een antependium (altaardoek) met Christusmonogram uit circa 1550-1600. 

“Ik stond zelf versteld van mijn  keuze: ik dacht dat ik zou kiezen voor hedendaags en abstract. Nooit verwacht dat ik zou uitkomen bij een zestiende eeuws tapijt dat diende om een altaar te versieren.” Zij blijkt gefascineerd door alle geneeskundige kruiden die er op afgebeeld staan en de relatie met hedendaagse psychedelica.

Het meest eigentijdse kunstwerk is een abstracte fotografie Liquid Light van Jim Campers uit 2016 (archivalische pigmentprint op dibond, om precies te zijn). Het blijk gekozen door de op een na oudste deelnemer aan deze selectie: Kristien (1967).


De poep

Bij de ingang van deze zaal trekt een beeld van Jef Lambeaux uit 1884 sterk de aandacht: Het dolle lied geheten. Een sater heeft dolle pret met een blote nimf. Maar tegelijk duwt hij een klein jongetje weg, kennelijk zijn zoontje. Hij wil niet gestoord worden in zijn liefdesspel.

Nog een blote vrouw valt erg op aan het eind van de tentoonstelling. Ze staat op een schilderij  Lot en zijn dochters van Pièrre Joseph Verhaghen uit de periode 1780-1810. 


Het stelt de oudtestamentische figuur Lot voor, die met zijn twee dochters gevlucht is uit Sodom. In een afgelegen grot proberen de twee kinderloze vrouwen hun vader te verleiden. Centraal op het doek staat een van de dochters met de billen bloot naar de kijkers. ‘De poep staat centraal’, heet het Vlaams in de toelichting.

Een toegangskaartje voor het Museum in Leuven geldt ook voor de dichtbij gelegen Sint Pieterskerk waar de tentoonstelling Tussen Hemel en Aarde te zien is, met onder andere Het Laatste Avondmaal van Dieric Bouts. Eerlijk gezegd trof de Marteling van de H. Dorothea me nog het meest. 




Een drieluik van Joost van der Baren uit 1594-1595. Op het rechterpaneel zie je hoe zij bijna naakt aan een balk hangt. Boven haar hoofd dreigt een vurige toorts en onder haar voeten brandt ook al een vuurpot. Het grote paneel laat plastisch zien hoe ze onthoofd op de grond ligt. Ouders laat uw kleine kinderen deze gruwelen niet zien, zou ik zeggen, al weet ik niet hoeveel enge taferelen ze al meekrijgen op hun computergames.

 

Als je dan toch rondloopt in het oude centrum van Leuven, kun je ook nog wel een bezoek brengen aan de Sint-Antoniuskapel, waar het graf van pater Damiaan (1840-1889) te vinden is. Hij stierf te midden van zijn melaatsen. In 2009 werd hij door de paus heilig verklaard. Maar in 2005 had hij al de verkiezing gewonnen voor de ‘grootste Belg’. Als je alleen met hem bent in de crypte kan de absolute stilte je overweldigen.


De Tien loopt tot 26 februari 2023

Werk van Richard Long is er tot 20 maart 2022

Hemel en Aarde in de Sint Pieterskerk tot 7 maart 2023

https://www.mleuven.be/en/node/2714

https://www.mleuven.be/nl/richard-long

https://www.mleuven.be/nl/Bouts

https://kerkenleuven.storygraaf.be/sintantonius.html

vrijdag 26 november 2021

Don Giovanni vol verrassingen

 

Het eenvoudige bruidspaartje voordat Don Giovanni op de proppen komt.


Don Giovanni vol verrassingen

 

Het wringt een beetje in de nieuwe versie van Don Giovanni bij de Nationale Opera. Die heb ik nog net vóór de nieuwe coronamaatregelen gezien in Amsterdam. De bekende opera van Mozart over de gelijknamige rokkenjager speelt zich meestal af op meerdere locaties: een tuin, een straat, een huis, een kerkhof, een eetzaal. Decorwisselingen geven dat aan. Regisseur Claus Guth en ontwerper Christian Schmidt laten dit komische drama afspelen in een bosgebiedje op een draaitoneel. Aan de rand ervan staat ook nog een soort bushokje. Een pad is breed genoeg om er een auto door te laten komen.


In het bushokje: Zerlina, Donna Anna en Donna Elvira. Op het dak Leporello (Adrian Sâmpretran). Links Masetto en rechts Don Ottavio (Long Long).


Inderdaad, het toneelbeeld is ook naar het heden verplaatst en doet in niets denken aan de rijke sfeer van een paar eeuwen terug, zoals in traditionele uitvoeringen. Wat wel overeind blijft, is natuurlijk de tekst, want aan de samensmelting van het oorspronkelijke libretto met de muziek van Mozart, mag niemand komen. Dat zou heiligschennis zijn.


Vlugzout

Daardoor krijg je wel vreemde situaties. In het begin al als Donna Anna flauwgevallen ergens tussen de bomen ligt en haar verloofde in het luchtledige vraagt ‘breng me een reukwater, een vlugzout…..’. Niemand in de buurt. Of als zo tegen het einde Don Giovanni en zijn knecht Leporello op een kerkhof het standbeeld van de vermoorde Commendatore zien en Leporello het opschrift wil voorlezen, dan moet hij zich behelpen met een omgeknakte boom in plaats van een standbeeld.

Ervaren bezoekers hebben dit natuurlijk wel vaker meegemaakt, dat  tekst en handeling  wringen in een eigentijdse operaproductie. Hier valt het extra op.


Masetto en Zerlina


 

Dat doet toch gelukkig weinig af aan het muzikale spektakel dat deze opera biedt en dat is  ook wel te merken aan het enthousiaste applaus van het publiek na drieënhalf uur. Alle solisten voegen zich uitstekend in deze uitvoering met het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Jérémie Rhorer. Hun veelvuldige ensemblezang klinkt heel gaaf. In hun aria’s weten Adela Zaharia (Donna Anna) en Amanda Majeski (Donna Elvira) sterk te overtuigen. Het applaus tijdens menig open doekje bewijst dat ook wel.


Frederik Bergman

Ook alle lof verdienen de twee aanstormende Nederlandse solisten: Lilian Farahani en Frederik Bergman. Zij vormen een mooi jong stel, als het flirterige bruidje Zerlina en haar jaloerse maar naïeve bruidegom Masetto. Farahani zong een jaar geleden nog op een zondagmiddag voor een klein publiek in de Kazerne te Eindhoven (PKE). Voor de in Berkel-Enschot geboren en in Tilburg aan het conservatorium opgeleide Bergman was dit zijn  eerste grote operarol  op het hoofdpodium van de Nationale Opera: leuk geacteerd en goed gezongen.



De laatste voorstelling van deze Don Giovanni-reeks staat op het programma voor aanstaande zondagmiddag. Of die kan doorgaan met de af te kondigen coronamaatregelen, is op het moment dat ik dit schrijf nog onbekend.   


ARNOLD VERPLANCKE

Foto's: Bart Grietens



https://www.brabantcultureel.nl/2020/09/01/voor-bas-bariton-frederik-bergman-staat-opera-zingen-gelijk-aan-topsport/

https://www.brabantcultureel.nl/2020/09/22/wees-niet-bang-de-theaters-zijn-veilig-en-vol-verrassingen/

 

 

woensdag 2 oktober 2019

La Santa en Mi Vida


Joke bij Famara


'Iemand om aan te vertellen wat niet van belang is’

Wat kunnen dichters toch een overrompelend gevoel in één zinnetje vangen. Judith Hertzberg gebruikt bovenstaand regeltje als titel van een kort gedicht, eind vorige eeuw. Het regent, haar nieuwe schoenen lekken en ze wil dat iemand vertellen. Maar ze kan het alleen in haar hoofd aan iemand kwijt.

Hoe herkenbaar, als je opnieuw alleen achter blijft. Aan wie moet ik vertellen over de korte vakantie die ik net heb meegemaakt. Hoe ik je miste op de mountainbike. Dat ik er aan dacht dat je een vorige keer, midden in de zand- en keienwoestijn, de hand uitstak naar rechts. Geen mens te zien, maar eenmaal een verkeersdiploma, altijd gedisciplineerd.
Dat ik natuurlijk ook weer Anja in gedachten kreeg, waar de routes van de 3- en 4-kilometer run bij elkaar komen. En hoe zij tijdens haar drafje op het laatst hetzelfde zinnetje in haar hoofd opdreunde: ‘Weg, weg, kankertje ga weg’.


Anja 1995 in Arriëta

Het kankertje ging niet weg en kreeg ook jou, Joke, te pakken een kwart eeuw later.

Gelukkig was Ingrid er wel bij op La Santa, gezellig vertellend over de zweminstructie waaraan ze meedeed en over de danslessen. Van haar kreeg ik toch nog een complimentje voor mijn eenzame mountainbike avonturen op mijn 74ste. Zij verzachtte het gemis aan jullie, die zo horen bij deze sportieve vakanties.

Het bundeltje van Judith Herzberg las ik in het vliegtuig op de terugweg. Op de erste pagina noteer ik vaak wanneer ik een boek gekocht of van wie ik het gekregen heb. ‘Joke’ staat er en ‘okt. 2003’. Vreemd. In oktober ben ik niet jarig. Waarom zou ze me toen zomaar een poëziebundeltje cadeau hebben gedaan?
De zoekterm oktober 2003 levert iets op in mijn geheugen: gestopt met werken, althans in loondienst. Op mijn 58ste maakte ik gebruik van een vervroegde uittredingsregeling. Bij die gelegenheid zal ze me verrast hebben met Judith Herzberg, wetend dat ik haar versie van het Hooglied zo waardeerde.

Dat doe je dus als je elkaar goed kent, een simpele verrassing. Zoals je ook open staat voor de  onbelangrijke gebeurtenissen van de ander.

En hoe nu verder?
In het boekje staat ook het gedicht Afscheid. Dat gaat niet alleen over het afscheid van iemand maar vooral ook over ouder worden en afscheid nemen van al het voorafgaande. ‘Het afscheid komt er alweer aan/op heel oude benen./ De treden van de dagen/ worden dagelijks hoger./’

Ik snap het, maar ik  wil me er nog niet bij neerleggen dat treden te hoog kunnen zijn. Ook op oudere leeftijd, ook als je alleen raakt, kun je nog keuzen maken, is er nog van alles mogelijk.

Ik zag deze week een voorvertoning van de nieuwe Nederlandse film ‘Mi Vida’ (Mijn Leven) met Loes Luca in de hoofdrol. Zeer de moeite waard als die volgende maand in première gaat. Een oudere vrouw staat voor de keuze nog een heel nieuwe weg in te slaan of door te gaan op het pad dat haar omgeving van haar verwacht. ‘Wat wil ik nog met mijn leven?’ Dat is naar mijn gevoel een kernzin in de film. Niemand anders dan zijzelf kan uiteindelijk die keuze maken. Ik herken die vraag o zo goed nu. Maar dat is verder voor niemand van belang.

Arnold Verplancke


maandag 2 september 2019

Zonsondergangen zonder



Zonsondergang op iPhone van Joke

Zonsondergangen zijn ook niet meer wat ze geweest zijn.
Ik mis haar enthousiaste “Arnold kom eens kijken hoe mooi”, als ze voor ons grote raam in Westpoint stond te genieten. Van een mooie rode bol die langzaam en plechtstatig daalde of uitvloeide in een felle gloed van geel, rood, oranje en roze rond een witte kern.

Een enkele keer vond ik het nodig quasie-belerend te vertellen dat de zon niet daalde maar dat de aarde draaide en dat het daarom leek….
Ze draaide maar half om, keek me medelijdend aan en zei slechts: “Zijn we leuk?”
Niet kennelijk.



Meestal kon ze mijn droge humor toch wel waarderen, maar als ik iets te spitsvondig probeerde te zijn, waarschuwde ze me. Zeker als ik even later een presentatie moest geven of dagvoorzitter speelde bij het Pensioenfonds. “Niet studentikoos willen zijn straks hè, dat past niet en dat verwachten mensen niet van jou.” OK Joke, duidelijk. Ze had trouwens gelijk.

Rode schoenen
Wel reageerde ze enthousiast als ik voor een zaal met grijze en blauwe pakken iets buitengewoons aan trok. Voor een pensioenmiddag had ik lang geleden eens enkelhoge rode schoenen gekocht. Een paar jaar later vroegen deelnemers aan het  jaarlijkse congres van PGB nog steeds waar mijn rode schoenen waren.

Indiaas jasje
Op vakantie in India bezochten we een kleermaker die prachtige zijden jasjes op maat maakte. Joke liet zich een mooie blauwe aanmeten. Ik zei een bonte met rood en goud te willen. Ze keek me verbaasd aan. 
Voor op de eerstvolgende pensioendag, zei ik, waar ik voor het laatst zal presenteren. “Echt,”vroeg ze ongelovig. Hoewel ze me al ruim twintig jaar goed kende. “Durf je dat dan aan te doen?”
Ja dus.
Haar blauwe jasje is het enige kledingstuk dat ik principieel niet zal weg doen.


De dagvoorzitter (r.) interviewt de voorzitter van het pensioenfonds PGB

Bril
Haar laatste extravagante bril bewaar ik natuurlijk ook.
Dat montuur heeft ze gekocht in Normandië toen ze met twee vriendinnen daar 'Buddy' een paar dagen uit liet, de mooie hond van een van hen. Op uitdrukkelijk verzoek van dat beest kennelijk. Eenmaal terug in Tilburg bezocht Joke onze opticien om er een paar glazen op de juiste sterkte in te laten zetten. De man keek verwonderd naar het montuur met de vele pootjes, schudde zijn hoof en mompelde iets van: “Als dat langs de muur zou kruipen bij mij, zou ik het dood meppen.” Een weekje laten haalden we de nu bruikbare bril op en wist de opticien te vertellen dat ze in het atelier allemaal even de bril op de neus hadden gezet. 

Buddy heb ik trouwens vanmiddag nog even gezien met zijn vrouwtje. Hij wordt een dagje ouder, zij niet. Samen hebben we veel herinneringen opgehaald aan Joke. Ook over haar reislust en hoe gretig ze inging op allerlei wilde plannen om verre landen te bezoeken.

Want zonsondergangen in Afrika, Normandië of La Santa zien er natuurlijk heel anders uit dan in Tilburg.


Zonsondergang bij Club La Santa op Lanzarote (bij Calleta de Famara om precies te zijn)